Tag: box 3

  • Crypto Belasting Nederland 2026: Box 3, IB-aangifte en DAC8 volledig uitgelegd

    Door de Belasting-redactie van Crypto Kennisbank | Laatst bijgewerkt: 16 mei 2026

    Inleiding

    De IB-deadline voor belastingjaar 2025 ligt net achter ons (1 mei 2026), en wie nu denkt dat hij of zij de crypto-belasting voor dit jaar kan vergeten, vergist zich. 2026 is namelijk het jaar waarin het Nederlandse crypto-belastinglandschap fundamenteel verandert.

    Drie zaken springen eruit. Ten eerste is het fictieve rendement voor overige bezittingen — waar crypto onder valt — verhoogd naar 6,00%. Ten tweede is per 1 januari 2026 de Europese DAC8-richtlijn in werking getreden, waardoor crypto-exchanges vanaf 1 januari 2027 verplicht klantgegevens en transacties met de Belastingdienst gaan delen. En ten derde is sinds 2025 de zogenaamde tegenbewijsregeling op basis van werkelijk rendement geïntegreerd in de reguliere aangifte. Geen apart formulier meer, maar wél meer keuzes — en meer dingen om verkeerd te doen.

    Bij Crypto Kennisbank zien we elk jaar opnieuw dat veel particuliere crypto-investeerders pas in april in paniek raken. Dat is jammer, want crypto-belasting is geen rocket science zodra je de structuur begrijpt. Dit artikel zet de feiten van 2026 op een rij, geeft heldere voorbeeldberekeningen, en helpt je beslissen welke route — forfaitair of werkelijk rendement — voor jouw situatie de beste is.

    Een waarschuwing vooraf: dit is een gedegen overzicht, geen fiscaal advies. Bij twijfel of bij grotere bedragen — zeg, vanaf €100.000 crypto-vermogen — loont het om je situatie kort met een belastingadviseur te bespreken.

    TL;DR — De feiten van 2026 in één oogopslag

    • Crypto valt voor de meeste particulieren in Box 3 (sparen en beleggen), niet in Box 1.
    • Fictief rendement overige bezittingen 2026: 6,00% (in 2025 was dit 5,88%).
    • Tarief Box 3 in 2026: 36% over het fictieve rendement.
    • Heffingsvrij vermogen 2026: €59.357 per persoon, €118.714 voor fiscale partners samen.
    • Peildatum: 1 januari 2026 om 00:00 uur — de waarde op dat moment telt.
    • DAC8 is in werking sinds 1 januari 2026. Crypto-exchanges leveren uiterlijk 31 januari 2027 hun eerste rapportage over 2026 aan de Belastingdienst.
    • Tegenbewijsregeling werkelijk rendement is sinds 2025 onderdeel van de gewone aangifte — geen apart OWR-formulier meer.
    • Nieuw Box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement staat gepland voor 1 januari 2028.
    • Niet aangeven kan duur uitpakken: vergrijpboete tot 300% (in de praktijk 150%) en navorderingstermijn van 12 jaar voor in het buitenland aangehouden vermogen.

    Hoofdstuk 1: Box 1 of Box 3 — waar valt jouw crypto onder?

    De eerste vraag die je jezelf moet stellen is geen vraag over koersen of waarderingsdatums, maar over de aard van jouw crypto-activiteit. Voor de overgrote meerderheid van Nederlandse crypto-bezitters geldt: crypto valt in Box 3, als onderdeel van het vermogen. Maar er zijn uitzonderingen, en de Belastingdienst kijkt scherper mee dan in voorgaande jaren.

    Wanneer Box 3 (normaal vermogensbeheer)

    Je crypto valt in Box 3 als je het beschouwt en behandelt als belegging of spaarvorm. Concreet:

    • Je koopt af en toe, houdt voor de langere termijn (“HODL’en”).
    • Je herbalanceert hooguit een paar keer per jaar.
    • Je gebruikt geen complexe handelsstrategieën, geen leveraged trading, geen bots.
    • Je staking en yield-activiteiten zijn passief — je zet coins vast op een platform en ontvangt rendement, zonder zelf een node te draaien.

    In Box 3 betaal je geen belasting over winsten of verliezen op je crypto. De Belastingdienst kijkt alleen naar de waarde van je crypto op de peildatum.

    Wanneer Box 1 (resultaat uit overige werkzaamheden of onderneming)

    Het wordt anders zodra je activiteiten meer zijn dan “normaal vermogensbeheer”. De Belastingdienst hanteert geen scherpe drempel maar weegt meerdere factoren:

    Activiteit Indicatie Box 1
    Daghandel Dagelijks intensief handelen, soms tientallen transacties per dag
    Software/bots Gebruik van geautomatiseerde handelssoftware met aantoonbaar voordeel uit kennis/timing
    Mining Mining op industriële schaal, eigen apparatuur, doelgerichte investering
    Staking via eigen node Zelf een validator runnen vereist technische kennis en arbeid
    Vreemd vermogen Geleend geld gebruiken om crypto te kopen of leveraged trading
    Werkzaamheden voor derden Crypto verdienen door (freelance) diensten te leveren

    De rechter kijkt vooral naar drie elementen: arbeid (besteed je er aanzienlijk tijd aan?), kennis (heb je een aantoonbaar informatievoordeel?), en risico (is het méér dan beleggingsrisico?). Als twee van deze drie elementen aanwezig zijn, kom je in gevaarlijk vaarwater richting Box 1.

    In Box 1 betaal je over de daadwerkelijke winst tegen het progressieve tarief, dat in 2026 oploopt tot 49,5%. Dat klinkt zwaar, maar je mag dan ook kosten en verliezen aftrekken — iets wat in Box 3 niet kan.

    Een grijs gebied: airdrops, staking-rewards en DeFi

    Hier wordt het echt nuanceperiode-achtig. De hoofdregel die in de fiscale praktijk gehanteerd wordt:

    • Airdrops zonder tegenprestatie: waarde valt simpelweg onder Box 3 vermogen op de eerstvolgende peildatum.
    • Staking-rewards (passief): in Box 3, geen aparte heffing.
    • Staking via eigen validator: kan Box 1 zijn, vooral bij significante volumes.
    • DeFi yield (lending, liquidity providing): in beginsel Box 3, maar bij actieve strategieën met substantieel beheer wordt het schemerig.

    Ons advies is altijd hetzelfde: documenteer je activiteiten. Houd bij hoeveel uur per week je eraan besteedt en welke beslissingen je neemt. Bij een eventuele discussie met de Belastingdienst is dat goud waard.

    Hoofdstuk 2: Box 3 in 2026 — fictief rendement uitgelegd

    Het Nederlandse Box 3-systeem is een van de meest bediscussieerde onderdelen van onze inkomstenbelasting. Sinds een reeks arresten van de Hoge Raad — beginnend met het bekende Kerstarrest van 24 december 2021 — werkt de Belastingdienst met een tijdelijk stelsel waarin een fictief (forfaitair) rendement wordt toegepast, met de optie om te kiezen voor je werkelijk rendement als dat lager is.

    De percentages voor 2026

    De Belastingdienst onderscheidt drie vermogensgroepen, elk met een eigen fictief rendementspercentage:

    Vermogensgroep Fictief rendement 2026
    Bank- en spaartegoeden nog te publiceren (definitief vroeg 2027)
    Overige bezittingen (waaronder crypto, aandelen, vastgoed) 6,00%
    Schulden 2,70%

    Voor 2025 was het percentage overige bezittingen 5,88%; voor 2024 was het 6,04%. De Belastingdienst publiceert de definitieve percentages voor banktegoeden pas begin 2027, op basis van het gemiddelde spaarrendement over heel 2026.

    Heffingsvrij vermogen 2026

    Het heffingsvrij vermogen is in 2026 verhoogd naar:

    • €59.357 voor alleenstaanden
    • €118.714 voor fiscale partners samen

    Dit is niet een drempel waaronder je geen aangifte hoeft te doen — je moet je crypto altijd vermelden — maar wel het bedrag dat van je grondslag wordt afgetrokken voordat het fictieve rendement wordt berekend.

    Voorbeeldberekening: €25.000 BTC-bezit

    Stel je hebt op 1 januari 2026 voor €25.000 aan Bitcoin in een hardware wallet, en verder €15.000 op je spaarrekening. Je bent alleenstaand.

    Onderdeel Bedrag
    Spaargeld €15.000
    Crypto (BTC) €25.000
    Totale rendementsgrondslag €40.000
    Heffingsvrij vermogen €59.357
    Belastbaar vermogen €0

    Conclusie: bij dit vermogen is je belastbare bedrag in Box 3 nul. Je moet de crypto wél vermelden in je aangifte, maar je betaalt geen Box 3-heffing.

    Voorbeeldberekening: €120.000 crypto-vermogen

    Stel dezelfde situatie, maar nu €120.000 aan crypto (mix van BTC, ETH en wat altcoins) en €10.000 spaargeld. Je bent alleenstaand.

    Onderdeel Bedrag
    Spaargeld €10.000
    Crypto €120.000
    Totale rendementsgrondslag €130.000
    Heffingsvrij vermogen -€59.357
    Belastbaar grondslag €70.643

    Vervolgens wordt het fictieve rendement bepaald. Voor de overige bezittingen (de crypto) wordt 6,00% gerekend, voor het spaargeld het lagere spaarpercentage. De Belastingdienst gebruikt een verdeelsleutel op basis van het aandeel van elke vermogenscategorie in je totale grondslag. Voor de eenvoud — en omdat het exacte spaarpercentage voor 2026 nog niet vaststaat — laten we de berekening hier op het 6,00%-tarief lopen:

    • Fictief rendement: €70.643 × 6,00% = €4.239
    • Belasting: €4.239 × 36% = €1.526

    Je betaalt dus zo’n €1.526 aan Box 3-belasting over een crypto-portefeuille van €120.000. Op zich te overzien, en zeker als je werkelijk rendement hoger uitviel (BTC steeg in 2026 hard).

    Hoofdstuk 3: Peildatum en waardering — welke koers gebruik je?

    De Belastingdienst werkt met één enkele peildatum: 1 januari 2026, 00:00 uur. Dat moment is bepalend voor je Box 3-aangifte over 2026 (die je in 2027 doet). Wat je daarvoor of daarna aan- of verkoopt, doet er voor de waardering niet toe — alleen het saldo en de waarde op dat ene moment.

    Welke koers mag je gebruiken?

    De Belastingdienst schrijft géén specifieke koersbron voor. In de praktijk zijn er drie acceptabele methoden:

    1. De koers op je eigen exchange (Bitvavo, Coinbase, Kraken) op 1 januari 00:00 — dit is de meest verdedigbare keuze als al je crypto op één platform staat.
    2. Een aggregator-koers (CoinGecko, CoinMarketCap) — een gewogen gemiddelde over meerdere exchanges, handig als je meerdere wallets gebruikt.
    3. De ECB-referentiekoers voor crypto-equivalenten in USD geconverteerd via de officiële EUR/USD-koers van DNB — de meest conservatieve route, vooral relevant bij grote bedragen.

    Onze aanbeveling: kies één bron en gebruik die consequent, jaar in jaar uit. Documenteer je keuze en bewaar een screenshot of export van de koersen op 1 januari. Wisselen van koersbron tussen jaren is een uitnodiging tot discussie met de inspecteur.

    Meerdere wallets en exchanges: hoe tel je op?

    Maak een eenvoudig overzicht waarin je per crypto-asset noteert:

    • Wallet/exchange
    • Aantal munten op 1 januari 00:00
    • Koers in EUR op 1 januari 00:00
    • Waarde in EUR

    Sommeer alles. Vergeet niet:

    • Coins op DeFi-platforms (Aave, Compound, Curve, etc.) tellen mee.
    • Staked coins (op exchange of in een wallet) tellen mee.
    • NFTs vallen ook onder overige bezittingen — waardering is hier overigens berucht lastig; pak een marktplaats-vloerprijs of laatste verkoop als referentie en documenteer je methode.
    • Stablecoins (USDC, USDT, DAI) vallen óók onder overige bezittingen, niet onder banktegoeden. Een veelgemaakte fout.

    Wat met crypto in lending of vastgezet?

    Stake op Bitvavo, gelocked in een DeFi-protocol, in een vesting-schedule — het maakt niet uit: zolang het je economisch eigendom is, telt het mee op de peildatum. Alleen als je het juridisch hebt overgedragen (verkocht, weggegeven) is het uit je vermogen.

    Hoofdstuk 4: Werkelijk rendement aanvragen — wanneer is het slimmer?

    Sinds belastingjaar 2025 hoef je geen apart “Opgaaf Werkelijk Rendement”-formulier (OWR) meer in te dienen. De tegenbewijsregeling is geïntegreerd in de gewone aangifte: in de aangifte kun je aangeven dat je je werkelijk rendement wilt opgeven, en daarvoor de onderbouwing aanleveren.

    Wat telt als werkelijk rendement?

    Werkelijk rendement op crypto bestaat uit twee componenten:

    • Direct rendement: ontvangen staking-rewards, lending-interest, airdrops omgerekend naar EUR op het moment van ontvangst.
    • Indirect rendement: waardestijging of -daling tussen 1 januari en 31 december van het belastingjaar (gerealiseerd of niet).

    Belangrijk: een waardedaling telt ook mee. Als je crypto-portefeuille over 2026 verlies maakt, kan je werkelijk rendement onder nul uitkomen, en in dat geval is de werkelijke-rendement-route fiscaal aantrekkelijk. Belangrijk addendum uit het Hoge Raad-arrest van 18 juli 2025: rendement op buitenlands vastgoed wordt anders behandeld. Voor crypto geldt deze nuance niet — gewoon je hele rendement meetellen.

    Beslis-tabel: forfaitair of werkelijk rendement?

    Situatie Forfait (6,00%) Werkelijk rendement
    Crypto-koers steeg meer dan 6,00% Voordelig Nadelig
    Crypto-koers steeg minder dan 6,00% Nadelig Voordelig
    Verlies geleden Sterk nadelig Voordelig
    Pure HODL zonder rewards Vergelijking nodig Vergelijking nodig
    Substantiële staking-rewards Mogelijk nadelig Vergelijking nodig

    Bewijslast bij werkelijk rendement

    Als je voor de werkelijke-rendementroute kiest, ligt de bewijslast bij jou. Je moet kunnen aantonen:

    1. Beginwaarde 1 januari (per asset, per wallet)
    2. Eindwaarde 31 december (per asset, per wallet)
    3. Alle gerealiseerde resultaten (verkopen, swaps)
    4. Alle ontvangen rewards (staking, airdrops, lending)
    5. Alle kosten die je wilt aftrekken (transactiekosten, geen rente op consumptieve schulden)

    Voor wie veel transacties heeft is dit zonder hulpmiddel praktisch ondoenlijk. Tools als Koinly en Divly koppelen rechtstreeks met de meeste exchanges en wallets, en exporteren een Nederlands rapport dat je naast je aangifte kan leggen. Voor wie meer dan 50 transacties per jaar doet, is zo’n tool de investering meer dan waard.

    Hoofdstuk 5: DAC8 — wat verandert er voor jou in 2026 en 2027?

    DAC8 is de achtste richtlijn in een Europese reeks over administratieve samenwerking op fiscaal gebied (Directive on Administrative Cooperation). Specifiek voor crypto is de richtlijn een vertaling van het OESO-Crypto-Asset Reporting Framework (CARF) naar EU-recht. Voor Nederland is de wet Implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling cryptoactiva van toepassing.

    De tijdlijn

    • 1 januari 2026: DAC8 treedt in werking. Crypto-dienstverleners (CASPs) starten met data verzamelen.
    • Vanaf 2026: identificatie- en verzamelplicht. Exchanges vragen aanvullende klantgegevens op (TIN, woonadres).
    • Uiterlijk 31 januari 2027: eerste rapportage door CASPs aan de Belastingdienst, over kalenderjaar 2026.
    • Vanaf medio 2027: automatische uitwisseling tussen EU-belastingdiensten.

    Wat exchanges precies gaan rapporteren

    Per klant en per kalenderjaar gaan exchanges het volgende doorgeven aan de Belastingdienst:

    • Persoonsgegevens en TIN (BSN voor Nederlanders)
    • Saldo per crypto-asset aan het einde van het jaar
    • Alle transacties: aankopen, verkopen, swaps, transfers in/uit
    • Brutowaarde, type transactie, aantal eenheden
    • Eventuele fiat-overboekingen gekoppeld aan crypto

    Wat dit voor jou betekent

    Drie praktische gevolgen voor de serieuze crypto-investeerder:

    1. Het kat-en-muis-spel is voorbij. Wie meent dat de Belastingdienst zijn crypto niet ziet, moet zich realiseren dat vanaf 2027 vrijwel elke EU-exchange transactie-data deelt. Bitvavo, Coinbase, Kraken, Binance — allemaal gevallen onder MiCA en DAC8.
    2. Discrepanties worden zichtbaar. Als jouw aangifte significant afwijkt van wat de exchange rapporteert, kan dat tot vragen leiden. Houd je administratie kloppend.
    3. Inkeren kan nog tot 31 januari 2027. Wie historische crypto-belasting niet heeft opgegeven, doet er verstandig aan dat vóór de eerste DAC8-rapportage in januari 2027 te corrigeren — dan is het nog “vrijwillig”. Daarna wordt het automatisch zichtbaar en kan de Belastingdienst tot 12 jaar terug navorderen.

    Niet-EU exchanges en self-custody

    De DAC8-rapportageplicht geldt voor EU-CASPs. Een buitenlandse exchange (denk: bepaalde Aziatische platforms) valt er strikt genomen niet onder, maar via de OESO-CARF gaan veel andere landen vergelijkbare regels invoeren. Zelfs voor self-custody (hardware wallet) geldt: zodra je transacties op een EU-exchange verlopen — bij in- of uitstap naar fiat — komen die in beeld.

    Voor je gemoedsrust: keurig aangeven blijft de eenvoudigste route. Zie ook ons artikel over DAC8 en wat het voor crypto-bezitters in Nederland betekent.

    Hoofdstuk 6: Stappenplan IB-aangifte 2026 voor crypto

    In het voorjaar van 2027 ga je je aangifte 2026 doen. Hier is een concreet zeven-stappen-plan:

    Stap 1: Inventariseer al je wallets en exchanges

    Maak een lijst van álle plaatsen waar je crypto hebt: exchanges, hardware wallets, software wallets, DeFi-protocollen, NFT-marktplaatsen. Vergeet niet de “vergeten” accounts uit eerdere jaren. Zie ook onze vergelijking van de beste crypto-exchanges en onze gids voor hardware wallets.

    Stap 2: Bepaal de waarde op 1 januari 2026

    Voor elke positie: aantal munten × koers op 1 januari 2026 00:00, omgerekend naar EUR. Bewaar koers-screenshots of CSV-exports.

    Stap 3: Verzamel je rendement-data voor het werkelijke-rendementscenario

    Alleen nodig als je verwacht dat werkelijk rendement gunstiger uitvalt. Verzamel:

    • Beginwaarde en eindwaarde per asset
    • Alle staking-rewards, airdrops, lending-interest
    • Alle gerealiseerde winsten en verliezen
    • Transactiekosten

    Tools: Koinly, Divly, Accointing, of een eigen spreadsheet als je weinig transacties hebt.

    Stap 4: Bepaal je Box 1 vs Box 3 status

    Check de criteria uit Hoofdstuk 1. Bij twijfel: bel een belastingadviseur. Een vergissing in box-classificatie kan jaren later duur uitpakken.

    Stap 5: Vul je aangifte in

    In de online IB-aangifte 2026:

    • Onder Box 3 → Overige bezittingen → vul de totale crypto-waarde in
    • Onder de vraag of je werkelijk rendement wil opgeven → kies bewust ja/nee
    • Bij ja: vul de gevraagde onderbouwing in

    Stap 6: Bewaar je administratie 7 jaar

    De Belastingdienst kan tot 5 jaar terug normaal, 12 jaar voor buitenlands vermogen. Bewaar koers-snapshots, transactie-exports, wallet-overzichten en eventuele tooling-rapporten.

    Stap 7: Maak een mental note voor volgend jaar

    Schrijf op 1 januari 2027 — niet 1 april — al je peildatum-waarden op. Dit voorkomt veel gedoe en blunders.

    Hoofdstuk 7: Veelgemaakte fouten en de boetes die erop staan

    Fout 1: Crypto helemaal niet aangeven

    De duurste fout. Wanneer de Belastingdienst dit ontdekt — en met DAC8 wordt die kans groter — volgt een navordering plus vergrijpboete. In Box 3-zaken hanteert de Belastingdienst standaard een boete van 150% van het te weinig betaalde bedrag. Wettelijk kan dat zelfs oplopen tot 300%. De navorderingstermijn is 5 jaar voor binnenlands en 12 jaar voor buitenlands vermogen — en de Belastingdienst beschouwt crypto op buitenlandse exchanges in de praktijk als buitenlands.

    Fout 2: Alleen de aankoopwaarde opgeven

    Crypto wordt gewaardeerd op marktwaarde op de peildatum, niet op aankoopwaarde. Dit lijkt voor de hand liggend maar gebeurt verbazingwekkend vaak.

    Fout 3: Stablecoins onder banktegoeden zetten

    USDC, USDT, DAI: het lijken dollars, het zijn crypto’s. Dus: overige bezittingen, 6,00% fictief rendement — niet het lagere spaartarief.

    Fout 4: DeFi-posities of NFTs vergeten

    Coins in liquidity pools, geleende coins op Aave, NFTs in een wallet — alles telt. Een eenvoudige test: als je het kan verkopen, moet het in je aangifte.

    Fout 5: Wisselen van koersbron per jaar

    Het ene jaar Bitvavo, het volgende CoinGecko, dan weer Kraken — dat valt op. Kies één bron en blijf erbij.

    Fout 6: Geen administratie bewaren

    Zonder transactiehistorie kun je later nooit een werkelijk-rendementclaim onderbouwen of een vraag van de inspecteur beantwoorden. Maandelijkse exports zijn een verstandige routine.

    Fout 7: Te laat inkeren

    Als je over voorgaande jaren niets hebt opgegeven, is “spontaan inkeren” tot 2 jaar na de aangifte boetevrij voor Box 1, maar voor Box 3 geldt sinds 2018 dat ook bij vrijwillige inkeer een vergrijpboete kan worden opgelegd. Dit is hét moment om dat alsnog in orde te maken — vóór de eerste DAC8-rapportage in januari 2027.

    FAQ — Veelgestelde vragen

    Moet ik mijn Bitcoin opgeven bij de Belastingdienst?

    Ja. Alle crypto-bezittingen — Bitcoin, Ethereum, altcoins, stablecoins, NFTs — moeten in je aangifte inkomstenbelasting. Voor de meeste particulieren valt dit onder Box 3 (vermogen). Ook als je totale vermogen onder het heffingsvrij vermogen blijft, moet je het vermelden; je betaalt dan alleen geen heffing. Lees ook onze uitleg over Bitcoin voor meer context.

    Welke koers gebruik ik voor mijn crypto op 1 januari?

    De Belastingdienst schrijft geen vaste koersbron voor. Je mag kiezen tussen je eigen exchange-koers, een aggregator zoals CoinGecko of CoinMarketCap, of de ECB/DNB-route voor strikt conservatieve waardering. De voorwaarde: gebruik één betrouwbare bron consequent en documenteer je keuze.

    Is Bitvavo verplicht mijn gegevens door te geven aan de Belastingdienst?

    Vanaf 1 januari 2026 ja, onder de DAC8-richtlijn. Bitvavo heeft sinds juni 2025 een MiCA-licentie en valt daarmee volledig onder Europese regelgeving. De eerste rapportage over kalenderjaar 2026 moet uiterlijk 31 januari 2027 door Bitvavo bij de Belastingdienst worden ingediend.

    Wat doet de Belastingdienst als ik crypto niet aangeef?

    De Belastingdienst kan tot 5 jaar terug navorderen (12 jaar voor buitenlands vermogen) plus een vergrijpboete opleggen van standaard 150% van het te weinig betaalde bedrag, wettelijk maximaal 300%. In ernstige gevallen kan strafrechtelijke vervolging volgen.

    Geldt Box 3 ook voor stablecoins zoals USDC?

    Ja. Stablecoins vallen onder overige bezittingen in Box 3 met een fictief rendement van 6,00% in 2026 — niet onder banktegoeden. Dit is een veelgemaakte fout omdat stablecoins de waarde van een fiatvaluta volgen.

    Tellen mijn crypto in een hardware wallet ook mee?

    Ja. De locatie van je crypto doet er niet toe — een Ledger of Trezor, een MetaMask wallet, een exchange-account: alles is jouw vermogen en moet worden opgegeven. De peildatum is 1 januari 2026 om 00:00 uur.

    Wat als ik in 2025 verlies heb gemaakt op crypto?

    Verlies in Box 3 is in het forfaitaire systeem (6,00%) niet aftrekbaar. Wel kun je in dat jaar kiezen voor werkelijk rendement — als je werkelijk rendement (inclusief koersdaling) lager is dan het fictieve, krijg je een lagere of zelfs nul Box 3-heffing. Verlies van Box 3 kan niet doorgeschoven worden naar volgende jaren.

    Moet ik staking-rewards apart aangeven?

    In Box 3 niet als aparte inkomenspost — de waarde van de gestakte coins én ontvangen rewards telt mee op de peildatum 1 januari van het volgende jaar. Voor de werkelijke-rendementsroute moet je ontvangen rewards wel apart bijhouden, omgerekend naar EUR op het moment van ontvangst. In Box 1 (professional) is het anders: dan zijn rewards belastbaar inkomen.

    Wat is het verschil tussen forfaitair en werkelijk rendement?

    Forfaitair is het fictieve rendement (6,00% in 2026 voor crypto) dat de Belastingdienst standaard hanteert. Werkelijk rendement is je daadwerkelijke koerswinst plus ontvangen rewards. Sinds 2025 kun je in de gewone aangifte kiezen welk van de twee je laat berekenen. Bij verlies of bij rendement onder 6,00% is werkelijk rendement gunstiger.

    Wanneer komt het nieuwe Box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement?

    Het wetsvoorstel is op 23 mei 2025 aan de Tweede Kamer aangeboden. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028. Tot die tijd geldt het huidige stelsel met fictief rendement plus tegenbewijsregeling.

    Kan ik crypto-verliezen aftrekken van mijn andere inkomsten?

    Niet in Box 3. Verlies op crypto kan alleen “fiscaal nuttig” zijn door te kiezen voor werkelijk rendement in plaats van het forfaitaire tarief. In Box 1 (professional) ligt dat anders en kunnen verliezen wel verrekend worden met andere inkomsten.

    Wat als ik vergeten ben crypto aan te geven in eerdere jaren?

    Inkeren — dat wil zeggen: alsnog aangeven — is mogelijk en sterk aan te bevelen vóór 31 januari 2027 (de eerste DAC8-rapportage). Voor Box 3 is volledige boetekwijtschelding wettelijk uitgesloten, maar bij tijdige vrijwillige inkeer hanteert de Belastingdienst gematigde boetes. Schakel bij grotere bedragen een fiscalist in.

    Tot slot — vooruitkijken in 2026 en 2027

    We staan op een keerpunt. Het fiscale beleid rond crypto in Nederland was tot dusver vooral reactief: de Belastingdienst probeerde een onbekend fenomeen in bestaande boxen te passen. Met DAC8 en de MiCA-vergunningen voor de grote exchanges is dat tijdperk voorbij. Vanaf nu wordt crypto een normaal onderdeel van het fiscale landschap, met alle voor- en nadelen van dien.

    Voor jou als serieuze investeerder is dat eerlijk gezegd vooral goed nieuws. De regels worden duidelijker, de tools om compliant te zijn beter, en het stigma rond crypto-bezit verdwijnt. Wie nu zijn administratie op orde brengt, kan de komende jaren met een gerust hart blijven beleggen. En wie nog twijfels heeft over oude jaren: 2026 is het moment om dat recht te zetten.

    Een praktische tip voor de rest van 2026: noteer maandelijks de waarde van je portfolio per exchange/wallet. Maak op 1 januari 2027 om middernacht een snapshot. En als je portfolio of activiteit complexer is dan een paar HODL-posities — schaf dan voor 2026 al een tool aan als Koinly of Divly. Een paar uur werk in de zomer scheelt je in 2027 dagen frustratie.

    Heb je deze pillar gelezen en wil je het nu doorrekenen voor jouw situatie? Probeer onze crypto-belastingcalculator of de Box 3 crypto-calculator. Een paar minuten werk geeft je een goed beeld van wat je voor 2026 kunt verwachten.

    Disclaimer

    Dit artikel biedt een algemeen overzicht van de Nederlandse crypto-belastingregels in 2026 en is geen fiscaal advies. Belastingregelgeving verandert regelmatig en jouw persoonlijke situatie kan afwijken van de voorbeelden in dit artikel. Bij twijfel, bij vermogen boven €100.000, bij vermoeden van Box 1-classificatie, of bij vragen over inkeren: raadpleeg een gekwalificeerd belastingadviseur. De redactie en cryptokennisbank.nl aanvaarden geen aansprakelijkheid voor beslissingen genomen op basis van dit artikel.

    Bronnen

  • Crypto in Box 1 of Box 3? Wanneer betaal je inkomstenbelasting over crypto?

    Crypto in Box 1 of Box 3? Wanneer betaal je inkomstenbelasting over crypto?

    Voor de meeste particulieren valt crypto in Box 3 (sparen en beleggen): je betaalt belasting over je vermogen. Maar gaan je activiteiten verder dan ‘normaal vermogensbeheer’ — denk aan zeer actief handelen, professioneel minen of betaald worden in crypto — dan kan je crypto in Box 1 vallen en betaal je inkomstenbelasting over de winst.

    Disclaimer: Dit is algemene informatie, geen fiscaal of beleggingsadvies. De grens tussen Box 1 en Box 3 is afhankelijk van je situatie. Raadpleeg een belastingadviseur of de Belastingdienst.

    In het kort

    • Standaard valt crypto in Box 3, ook als je het op een exchange, bij een broker of in een eigen wallet houdt.
    • Box 1 komt in beeld als je activiteiten verder gaan dan normaal vermogensbeheer én je een redelijkerwijs voorzienbaar voordeel nastreeft.
    • Voorbeelden van Box 1: zeer actief day-traden, bedrijfsmatig minen, handelen met kennis/middelen die een particulier niet heeft, of een structureel winstgevende trading bot.
    • Betaald worden in crypto (loon) valt in Box 1 als inkomen uit werk.
    • De Belastingdienst controleert crypto strenger; een rechter oordeelde in 2024 dat winst met een trading bot in Box 1 viel.

    Waar valt crypto standaard onder?

    Voor de inkomstenbelasting wordt crypto standaard gezien als privévermogen en valt het in Box 3 (sparen en beleggen). Dat geldt ongeacht of je je crypto op een handelsplatform, bij een broker of in een eigen wallet bewaart.

    In Box 3 betaal je geen belasting over je werkelijke winst, maar over een (forfaitair) rendement op je vermogen op de peildatum 1 januari.

    Kernfeit: Crypto wordt voor de inkomstenbelasting standaard als privévermogen in Box 3 belast, ongeacht of je het op een exchange, bij een broker of in een eigen wallet houdt.

    Wat is ‘normaal vermogensbeheer’?

    De sleutel zit in het begrip normaal vermogensbeheer. Zolang je je crypto beheert zoals een gewone belegger — kopen, aanhouden, af en toe verkopen — is er sprake van normaal vermogensbeheer en blijft het Box 3.

    Pas als je activiteiten meer dan normaal vermogensbeheer zijn én je daarbij arbeid verricht met een redelijkerwijs voorzienbaar voordeel, kan de fiscus je activiteit als werk zien. Dan verschuift het naar Box 1.

    Kernfeit: Crypto blijft in Box 3 zolang er sprake is van normaal vermogensbeheer; pas bij arbeid die meer dan normaal vermogensbeheer is én een voorzienbaar voordeel oplevert, komt Box 1 in beeld.

    Belangrijk: het voordeel moet objectief te verwachten zijn en niet louter van geluk afhangen.

    Wanneer valt crypto in Box 1?

    Box 1 (“resultaat uit overige werkzaamheden” of soms “winst uit onderneming”) komt in beeld bij activiteiten zoals:

    • Zeer actief day-traden met een hoge frequentie en intensiteit.
    • Bedrijfsmatig minen met professionele apparatuur en structurele opbrengsten.
    • Handelen met kennis, technologie of middelen die een gewone particulier niet heeft.
    • Een trading bot die structureel en voorspelbaar winst maakt.
    • Handelen met geld van anderen of voor anderen tegen vergoeding.

    ⚠️ Let op: Er is geen harde grens of vast aantal transacties. De Belastingdienst en rechter kijken naar het totaalbeeld: de aard, omvang en voorspelbaarheid van je activiteiten.

    Box 1 versus Box 3: een vergelijking

    Box 3 (vermogen)Box 1 (inkomen)
    WanneerNormaal vermogensbeheerMeer dan normaal vermogensbeheer + arbeid
    Waarover belastingForfaitair rendement op vermogenWerkelijke winst (inkomsten min kosten)
    Typisch voorKopen, aanhouden, beleggenProfessioneel/zeer actief handelen, minen
    Tarief36% over forfaitair rendement (2026)Progressief inkomstenbelastingtarief
    Kosten aftrekbaarNeeJa, zakelijke kosten

    Kernfeit: In Box 3 betaal je over een forfaitair rendement op je vermogen, in Box 1 over je werkelijke winst tegen het progressieve inkomstenbelastingtarief.

    Hoe zit het met minen, staking en loon?

    • Betaald worden in crypto (loon of vergoeding voor werk). Dit is inkomen uit werk en valt in Box 1. De waarde op het moment van ontvangst telt.
    • Minen. Als hobby/kleinschalig kan het anders uitpakken dan bedrijfsmatig minen met serieuze apparatuur; dat laatste neigt naar Box 1.
    • Staking en rewards. De fiscale behandeling hangt af van de omvang en aard. Kleinschalig aanhouden leunt richting Box 3; structurele, actieve inkomsten kunnen anders worden beoordeeld.

    Kernfeit: Wie in crypto wordt betaald voor werk, ontvangt inkomen in Box 1; de waarde op het moment van ontvangst is dan belast.

    Omdat minen, staking en rewards sterk situatie-afhankelijk zijn, is dit bij uitstek een onderwerp om met een belastingadviseur door te nemen.

    Wat zegt de rechter?

    De rechtspraak vult de open norm steeds verder in. Een voorbeeld: het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde op 9 juli 2024 over een belastingplichtige die winst maakte met een trading bot. Het hof vond dat het voordeel objectief te verwachten was — onder meer omdat de bot over 36 maanden in ongeveer 80% van de gevallen winstgevend was — en plaatste de winst in Box 1.

    Kernfeit: Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde in 2024 dat winst met een structureel winstgevende trading bot in Box 1 viel, omdat het voordeel objectief te verwachten was.

    Dit laat zien dat voorspelbaarheid van de winst een belangrijke factor is in de beoordeling.

    Wat betekent dit voor jou?

    Voor de meeste mensen die crypto kopen en aanhouden — ook met een vaste maandelijkse inleg — verandert er niets: je blijft in Box 3. Wordt je activiteit professioneler, wees je dan bewust van de grens.

    Checklist: leun je richting Box 1?

    • Handel ik zeer frequent en intensief, bijna als een baan?
    • Gebruik ik kennis, software of apparatuur die een particulier normaal niet heeft?
    • Is mijn winst structureel en redelijk voorspelbaar (geen toeval)?
    • Ben ik bedrijfsmatig bezig of handel ik voor anderen?
    • Word ik (deels) in crypto betaald voor werk?

    Meerdere keren “ja”? Laat je situatie dan toetsen door een belastingadviseur.

    Veelgestelde vragen

    Valt crypto in Box 1 of Box 3?

    Voor de meeste particulieren valt crypto in Box 3 (sparen en beleggen). Crypto valt in Box 1 als je activiteiten verder gaan dan normaal vermogensbeheer en je arbeid verricht met een redelijkerwijs voorzienbaar voordeel, zoals bij zeer actief handelen, bedrijfsmatig minen of betaald worden in crypto.

    Wanneer ben ik een crypto-handelaar voor de Belastingdienst?

    Er is geen vast aantal transacties. Bepalend is of je activiteiten meer zijn dan normaal vermogensbeheer en of je voordeel objectief te verwachten is. De Belastingdienst en rechter kijken naar de aard, omvang en voorspelbaarheid van je handelen, niet naar één enkel criterium.

    Betaal ik belasting als ik in crypto word betaald?

    Ja. Word je voor werk (deels) in crypto betaald, dan is dat inkomen uit werk en valt het in Box 1. De waarde van de crypto op het moment van ontvangst is belast tegen het progressieve inkomstenbelastingtarief. Daarna valt de aangehouden crypto in principe in Box 3.

    Is day trading in crypto belast in Box 1?

    Zeer actief en intensief day-traden kan in Box 1 vallen, vooral als je gebruikmaakt van kennis of middelen die een particulier normaal niet heeft en je winst voorspelbaar is. Incidenteel handelen blijft doorgaans normaal vermogensbeheer en dus Box 3. De beoordeling is altijd situatie-afhankelijk.

    Wat is het verschil in belasting tussen Box 1 en Box 3?

    In Box 3 betaal je over een forfaitair rendement op je vermogen (36% over dat rendement in 2026). In Box 1 betaal je over je werkelijke winst (inkomsten min zakelijke kosten) tegen het progressieve inkomstenbelastingtarief. In Box 1 zijn kosten aftrekbaar, in Box 3 niet.

    Conclusie

    De meeste crypto-bezitters hoeven zich geen zorgen te maken: kopen, aanhouden en beleggen valt in Box 3. Maar wie zeer actief handelt, bedrijfsmatig mint of in crypto wordt betaald, kan in Box 1 belast worden en betaalt dan inkomstenbelasting over de werkelijke winst. De grens — ‘normaal vermogensbeheer’ — is een open norm die door de rechtspraak wordt ingevuld. Twijfel je waar jij staat? Leg je situatie voor aan een belastingadviseur.

    Verder lezen? Bekijk onze uitleg over crypto aangeven in Box 3 of over crypto-verlies en belasting. Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief.

  • Crypto verlies en Box 3: betaal je minder belasting?

    Crypto verlies en Box 3: betaal je minder belasting?

    Als je crypto in waarde daalt, kun je in Box 3 mogelijk minder belasting betalen — maar je krijgt geen geld terug van een verlies. Via de tegenbewijsregeling mag je je werkelijke (lagere) rendement opgeven in plaats van het forfaitaire rendement. Echte verliesverrekening met andere jaren bestaat pas vanaf het nieuwe stelsel, gepland voor 2028.

    Disclaimer: Dit is algemene informatie, geen fiscaal of beleggingsadvies. Belastingregels veranderen en jouw situatie is uniek. Raadpleeg een belastingadviseur of de Belastingdienst.

    In het kort

    • Je betaalt in Box 3 belasting over rendement, niet over je inleg. Een koersdaling kan je belastbare rendement dus verlagen.
    • De tegenbewijsregeling laat je je werkelijke rendement opgeven als dat lager is dan het forfaitaire rendement (5,88% over beleggingen in 2025).
    • Bij werkelijk rendement tellen ook ongerealiseerde waardeveranderingen mee — dus ook een papieren verlies op je crypto.
    • In het huidige stelsel bestaat géén verliesverrekening: een negatief rendement levert je hooguit €0 belasting op, geen teruggave.
    • Vanaf het nieuwe stelsel (gepland 2028) mag je verliezen wél doorschuiven naar toekomstige jaren, met een drempel van €500.

    Betaal ik belasting over crypto-verlies?

    Nee, je betaalt geen belasting over een verlies — en je krijgt er in het huidige stelsel ook geen geld voor terug. Maar een daling van je crypto kan wél je belastbare rendement in Box 3 verlagen, waardoor je minder of geen Box 3-belasting betaalt.

    Dat komt doordat Box 3 belasting heft over een rendement, niet over je oorspronkelijke inleg. Is dat rendement laag of negatief, dan kan je belasting meedalen.

    Kernfeit: In Box 3 betaal je belasting over een rendement op je vermogen, niet over je inleg. Een koersdaling kan dat belastbare rendement verlagen, maar levert geen belastingteruggave op.

    Hoe werkt Box 3 voor crypto?

    Crypto valt voor de meeste particulieren in Box 3 (sparen en beleggen). Standaard rekent de Belastingdienst met een forfaitair (fictief) rendement: een verondersteld rendement, ongeacht wat je echt verdiende. De waarde op de peildatum 1 januari is daarbij bepalend.

    De belangrijkste cijfers voor belastingjaar 2025:

    OnderdeelWaarde 2025
    Heffingsvrij vermogen (alleenstaand)€57.684
    Heffingsvrij vermogen (fiscale partners samen)€115.368
    Forfaitair rendement op beleggingen/crypto5,88%
    Belastingtarief in Box 336%

    ⚠️ Belangrijk: Deze bedragen en percentages veranderen jaarlijks. Controleer de actuele cijfers bij de Belastingdienst. Voor 2026 zijn dit: heffingsvrij vermogen €59.357 (€118.714 met fiscale partner), forfaitair rendement 6,00% en tarief 36%.

    Het probleem: in een dalende markt is dat forfaitaire rendement van 5,88% vaak veel hoger dan wat je echt behaalde. Dan zou je belasting betalen over winst die je nooit had. Daarvoor bestaat de tegenbewijsregeling.

    Wat is de tegenbewijsregeling?

    De tegenbewijsregeling is ontstaan na uitspraken van de Hoge Raad. Ze houdt in: was je werkelijke rendement lager dan het forfaitaire rendement, dan mag je de Belastingdienst vragen om belasting te heffen over dat lagere, werkelijke rendement.

    Je doet dit met het formulier “Opgaaf werkelijk rendement” (OWR). Je toont dan aan dat je echt minder (of niets) verdiende.

    Kernfeit: Via de tegenbewijsregeling mag je in Box 3 je werkelijke rendement opgeven als dat lager is dan het forfaitaire rendement, zodat je niet betaalt over winst die je niet hebt gemaakt.

    Dit is juist in een bear market relevant: daalde je crypto, dan is je werkelijke rendement waarschijnlijk lager dan de forfaitaire 5,88% — en soms zelfs negatief.

    Hoe bereken je je werkelijke rendement?

    Voor het werkelijke rendement kijkt de Belastingdienst naar alle inkomsten én alle waardeveranderingen van je hele Box 3-vermogen over één kalenderjaar. Twee dingen zijn cruciaal:

    1. Ook ongerealiseerde waardeveranderingen tellen mee. Je hoeft je crypto dus niet te verkopen; een papieren verlies (lagere waarde op 31 december dan op 1 januari) telt al mee.
    2. Winst en verlies worden gesaldeerd. Maakte je winst op spaargeld of aandelen en verlies op crypto? Dan worden die binnen het jaar met elkaar verrekend tot één totaalrendement.

    Kernfeit: Bij de berekening van het werkelijke rendement in Box 3 tellen ook ongerealiseerde (papieren) waardeveranderingen van je crypto mee — je hoeft niet te verkopen om een verlies te laten meetellen.

    Houd daarom je standen goed bij: de waarde van je crypto op 1 januari en 31 december, plus eventuele aan- en verkopen tijdens het jaar.

    Wat je bewaart voor de Belastingdienst:

    • Waarde van je crypto op 1 januari en 31 december
    • Overzicht van alle aankopen en verkopen (datum, bedrag)
    • Eventuele staking-, rente- of airdrop-inkomsten
    • Exportbestanden van je exchange(s) en wallets

    Kan ik mijn crypto-verlies verrekenen?

    In het huidige stelsel: nee. Er bestaat geen verliesverrekening. Komt je totale werkelijke rendement onder nul uit, dan wordt je belastbare rendement in de praktijk op €0 gezet. Je betaalt dan geen Box 3-belasting, maar je krijgt niets terug en je kunt het verlies niet meenemen naar een ander jaar.

    Kernfeit: In het huidige Box 3-stelsel kun je een crypto-verlies niet verrekenen met andere jaren; een negatief rendement leidt hooguit tot €0 belasting, niet tot teruggave.

    Dat verandert in het nieuwe stelsel.

    Wat verandert er vanaf 2028?

    Het kabinet werkt aan een nieuw Box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement, gepland vanaf 1 januari 2028. De Tweede Kamer stemde in februari 2026 in met het wetsvoorstel; de Eerste Kamer moet het nog behandelen, en er liggen mogelijk nog wijzigingen.

    Het belangrijkste verschil voor verliezen:

    Huidig stelsel (t/m 2027*)Nieuw stelsel (vanaf 2028*)
    BasisForfaitair + tegenbewijsWerkelijk rendement
    Ongerealiseerde waardestijging belast?Alleen via tegenbewijsJa
    Verlies verrekenen met andere jarenNeeJa, met toekomstige jaren
    Verliesdrempeln.v.t.€500 per jaar niet verrekenbaar
    *Data en details zijn nog niet definitief. Controleer de actuele status bij de Belastingdienst en Rijksoverheid.

    Kernfeit: Vanaf het geplande nieuwe Box 3-stelsel (2028) mogen verliezen worden doorgeschoven naar toekomstige jaren, met een drempel van €500 die niet verrekenbaar is.

    ⚠️ Let op: De ingangsdatum is al eerder uitgesteld en het voorstel kan nog wijzigen. Ga niet uit van deze regels voor toekomstige aangiftes zonder de actuele stand te checken.

    Stappenplan: wat doe je bij een verlies?

    1. Bereken je werkelijke rendement over het hele Box 3-vermogen (inkomsten + waardeveranderingen, gesaldeerd).
    2. Vergelijk met het forfaitaire rendement. Is je werkelijke rendement lager? Dan is de tegenbewijsregeling interessant.
    3. Verzamel je bewijs: standen op 1 januari en 31 december, transactie-overzichten, exchange-exports.
    4. Dien de Opgaaf werkelijk rendement (OWR) in bij je aangifte of na je aanslag.
    5. Twijfel je? Schakel een belastingadviseur in — zeker bij grotere bedragen of complexe situaties.

    Veelgestelde vragen

    Krijg ik belasting terug als mijn crypto daalt?

    Nee. In het huidige Box 3-stelsel leidt een verlies hooguit tot €0 belasting, niet tot een teruggave. Via de tegenbewijsregeling voorkom je wél dat je belasting betaalt over een forfaitair rendement dat je niet hebt behaald.

    Telt een papieren verlies mee als ik niet verkoop?

    Ja. Bij de berekening van het werkelijke rendement tellen ook ongerealiseerde waardeveranderingen mee. Staat je crypto op 31 december lager dan op 1 januari, dan verlaagt dat je werkelijke rendement — ook zonder dat je verkocht hebt.

    Wat is de tegenbewijsregeling precies?

    De tegenbewijsregeling laat je je werkelijke rendement opgeven als dat lager is dan het forfaitaire rendement dat de Belastingdienst standaard hanteert. Zo betaal je niet over fictieve winst. Je gebruikt hiervoor het formulier “Opgaaf werkelijk rendement”.

    Kan ik crypto-verlies aftrekken van mijn salaris?

    Nee. Crypto in Box 3 staat los van je inkomen in Box 1. Je kunt een Box 3-verlies niet aftrekken van je loon. Pas vanaf het nieuwe stelsel (gepland 2028) kun je verliezen binnen Box 3 doorschuiven naar toekomstige jaren.

    Moet ik mijn crypto aangeven, ook bij verlies?

    Ja, als je totale vermogen boven het heffingsvrije bedrag uitkomt, geef je je crypto aan op de peildatum 1 januari — ook als het later in waarde daalde. Of je per saldo belasting betaalt, hangt af van je totale vermogen en rendement.

    Conclusie

    Een dalende cryptomarkt is vervelend, maar fiscaal hoef je niet te betalen over winst die je niet maakte. De tegenbewijsregeling is je belangrijkste instrument in het huidige stelsel: geef je werkelijke rendement op als dat lager is dan het forfaitaire. Echte verliesverrekening komt er pas aan met het nieuwe stelsel (gepland 2028). Houd je standen en transacties goed bij, en schakel bij twijfel een adviseur in.

    Wil je grip op je crypto-aangifte? Lees onze uitleg over crypto aangeven in Box 3 of download onze gratis aangifte-checklist. Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief.

    Gerelateerde artikelen

  • Werkelijk rendement vs. forfaitair rendement: wat betekent de nieuwe Box 3-wet voor crypto-beleggers?

    Werkelijk rendement vs. forfaitair rendement: wat betekent de nieuwe Box 3-wet voor crypto-beleggers?

    Crypto valt in Nederland in Box 3. Tot en met 2027 betaal je belasting over een forfaitair rendement: een vast, fictief percentage (6,00% in 2026) over de waarde van je crypto op 1 januari. Vanaf 1 januari 2028 wil het kabinet overstappen op je werkelijk rendement — je echte koerswinst plus inkomsten zoals staking. Voor crypto-beleggers is dat een ingrijpende verandering.

    Kernfeit: Forfaitair rendement belast een vast percentage over je vermogen; werkelijk rendement belast je daadwerkelijke winst, inclusief niet-verkochte koerswinst.

    Dit is algemene informatie, geen fiscaal of beleggingsadvies. Raadpleeg een belastingadviseur of de Belastingdienst voor jouw situatie.

    In het kort

    • Forfaitair rendement = een vast, fictief percentage. Voor crypto geldt het tarief voor “overige bezittingen”: 5,88% in 2025 en 6,00% in 2026. Daarover betaal je 36% belasting.
    • Sinds het arrest van de Hoge Raad van 6 juni 2024 mag je via de tegenbewijsregeling aantonen dat je werkelijke rendement lager was. Je betaalt dan over het laagste van de twee.
    • Je geeft je werkelijke rendement door met het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR), online beschikbaar sinds 9 juli 2025.
    • Vanaf 1 januari 2028 wil het kabinet Box 3 volledig baseren op werkelijk rendement. Crypto valt dan onder de vermogensaanwasbelasting: je betaalt jaarlijks belasting, ook over koerswinst die je niet hebt verkocht.
    • De Tweede Kamer ging op 12 februari 2026 akkoord; de Eerste Kamer behandelt het wetsvoorstel nog, met een stemming voorlopig gepland op 23 juni 2026.

    Inhoudsopgave

    1. Wat is het verschil tussen forfaitair en werkelijk rendement?
    2. Hoe wordt crypto nu (2025–2027) belast in Box 3?
    3. Wat is de tegenbewijsregeling en wanneer is die gunstig?
    4. Wat verandert er met de nieuwe Box 3-wet vanaf 2028?
    5. Wat betekent de vermogensaanwasbelasting voor crypto-beleggers?
    6. Forfaitair vs. werkelijk rendement: vergelijking en rekenvoorbeeld
    7. Wat kun je nu al doen? Checklist
    8. Veelgestelde vragen

    Wat is het verschil tussen forfaitair en werkelijk rendement?

    Forfaitair rendement is een rendement dat de Belastingdienst aanneemt dat je hebt behaald. Het is een vast percentage dat de overheid jaarlijks vaststelt, ongeacht hoe jouw crypto het werkelijk deed. Je betaalt dus belasting over een fictieve winst, ook in een jaar waarin je crypto in waarde daalde.

    Werkelijk rendement is je daadwerkelijke resultaat. Dat bestaat uit twee delen: het directe rendement (zoals staking-beloningen, rente of dividend) en het indirecte rendement (de waardeverandering van je bezit — dus koerswinst of -verlies).

    Kernfeit: Bij werkelijk rendement telt zowel gerealiseerde als niet-gerealiseerde waardeverandering mee — ook koerswinst op crypto die je nog niet hebt verkocht.

    Het belangrijkste verschil voor jou als belegger: bij forfaitair rendement maakt het niet uit of je crypto steeg of daalde — je betaalt over het fictieve percentage. Bij werkelijk rendement betaal je over wat er echt gebeurde.

    Hoe wordt crypto nu (2025–2027) belast in Box 3?

    Crypto wordt door de Belastingdienst gezien als vermogen en valt in Box 3 (sparen en beleggen), in de categorie overige bezittingen. Je geeft de waarde aan op de peildatum 1 januari van het belastingjaar.

    Voor 2025 en 2026 gelden deze cijfers:

    Onderdeel20252026
    Forfaitair rendement crypto (overige bezittingen)5,88%6,00%
    Forfaitair rendement banktegoeden1,37%nog voorlopig*
    Forfaitair rendement schulden2,70%nog voorlopig*
    Belastingtarief Box 336%36%
    Heffingsvrij vermogen (per persoon)€ 57.684€ 59.357

    *De definitieve percentages voor banktegoeden en schulden worden pas na afloop van 2026 vastgesteld, op basis van de gemiddelde spaar- en hypotheekrente van dat jaar. Het crypto-percentage (overige bezittingen) van 6,00% staat wél vast.

    Kernfeit: In 2026 rekent de Belastingdienst voor crypto met een forfaitair rendement van 6,00%, belast tegen 36%.

    Een rekenvoorbeeld voor 2026: heb je op 1 januari voor € 100.000 aan crypto en geen ander vermogen, dan is je grondslag na het heffingsvrij vermogen € 40.643. Het forfaitaire rendement is 6,00% × € 40.643 = € 2.439. Daarover betaal je 36% = ongeveer € 878 belasting — ook als je crypto dat jaar in waarde daalde.

    Let op: Het heffingsvrij vermogen geldt voor je hele Box 3-vermogen samen, niet per beleggingscategorie. Crypto, spaargeld en aandelen tellen dus bij elkaar op.

    Wat is de tegenbewijsregeling en wanneer is die gunstig?

    Op 6 juni 2024 oordeelde de Hoge Raad dat het forfaitaire stelsel in strijd is met het Europees recht als je werkelijke rendement lager is dan het forfait. Sindsdien geldt een tegenbewijsregeling: je mag aantonen dat je echte rendement lager was, en dan betaal je over dat lagere bedrag.

    Je geeft dit door met het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR), dat sinds 9 juli 2025 online beschikbaar is. Sinds belastingjaar 2025 vraagt het aangifteprogramma je automatisch of je je werkelijke rendement wilt opgeven. De Belastingdienst rekent het dan op twee manieren uit — forfaitair én werkelijk — en je betaalt over het voor jou gunstigste bedrag.

    Kernfeit: Via de tegenbewijsregeling betaal je belasting over je werkelijke rendement als dat lager is dan het forfaitaire rendement.

    Let op deze spelregels van de tegenbewijsregeling:

    1. Geen heffingsvrij vermogen. Bij werkelijk rendement kijkt de Belastingdienst naar het rendement op je hele vermogen, zonder het heffingsvrij vermogen af te trekken.
    2. Niet-gerealiseerde winst telt mee. Ook koerswinst op crypto die je niet hebt verkocht, hoort bij je werkelijke rendement.
    3. Negatief rendement = € 0. Is je totale werkelijke rendement negatief, dan wordt het op nul gezet — je krijgt geen geld terug, maar betaalt ook geen Box 3-belasting over die bezittingen.
    4. Kosten niet aftrekbaar. Volgens het arrest mag je geen kosten aftrekken; alleen rente op Box 3-schulden is aftrekbaar.

    Wanneer is dit gunstig voor crypto? Vooral in een slecht beursjaar. Daalde je crypto in 2025 flink in waarde, dan is je werkelijke rendement waarschijnlijk lager dan het forfait van 5,88% — en kan opgaaf van werkelijk rendement je geld besparen.

    Wat verandert er met de nieuwe Box 3-wet vanaf 2028?

    Het kabinet wil Box 3 volledig hervormen met de Wet werkelijk rendement box 3. De ingangsdatum is verschoven van 2027 naar 1 januari 2028. De Tweede Kamer stemde op 12 februari 2026 in met het wetsvoorstel; de Eerste Kamer moet nog akkoord gaan, en er wordt gesproken over verzachtingen.

    Kernfeit: Vanaf 1 januari 2028 wil het kabinet Box 3 baseren op je werkelijke rendement in plaats van op een forfaitair percentage.

    De hoofdlijnen van het nieuwe stelsel:

    • Twee soorten heffing. Voor sparen en de meeste beleggingen (aandelen, obligaties én crypto) geldt een vermogensaanwasbelasting: je betaalt jaarlijks over zowel gerealiseerde als niet-gerealiseerde waardeverandering. Voor vastgoed en aandelen in start-ups en scale-ups geldt een vermogenswinstbelasting: afrekenen pas bij verkoop.
    • Tarief 36%. Het voorgestelde tarief blijft 36%. Dit kan nog wijzigen bij de behandeling in de Eerste Kamer.
    • Heffingsvrij inkomen € 1.800. In plaats van een heffingsvrij vermogen komt er een heffingsvrij inkomen van € 1.800 per persoon (€ 3.600 voor fiscale partners). Je betaalt pas belasting over het rendement boven dit bedrag.
    • Kosten worden aftrekbaar. Anders dan nu mag je straks kosten aftrekken, zoals transactiekosten en betaalde rente.
    • Verliesverrekening. Een verlies kun je verrekenen met winst in latere jaren, met een verliesdrempel van € 500.

    Wat betekent de vermogensaanwasbelasting voor crypto-beleggers?

    Dit is voor crypto-beleggers het belangrijkste punt. Crypto valt onder de vermogensaanwasbelasting. Dat betekent dat je vanaf 2028 elk jaar belasting betaalt over je werkelijke rendement, ook over koerswinst die je niet hebt verkocht (niet-gerealiseerde winst), én over inkomsten zoals staking-beloningen.

    Kernfeit: Onder de vermogensaanwasbelasting betaal je vanaf 2028 jaarlijks Box 3-belasting over de waardestijging van je crypto, zelfs als je niets verkoopt.

    Een voorbeeld. Stel je crypto staat op 1 januari op € 50.000 en op 31 december op € 80.000. De waardeaanwas is € 30.000. Na aftrek van het heffingsvrij inkomen van € 1.800 betaal je 36% over € 28.200 = ruim € 10.000 belasting — ook als je geen euro hebt verkocht.

    Daar zit meteen het belangrijkste aandachtspunt: een liquiditeitsprobleem. Crypto is volatiel. Je kunt belasting moeten betalen over winst die later weer verdampt, terwijl je geen euro’s hebt ontvangen om die belasting van te betalen. Goede administratie en het reserveren van geld worden daarom belangrijker.

    Let op: Houd vanaf nu je transacties, koersen op 1 januari en 31 december, en staking-inkomsten zorgvuldig bij. Onder het nieuwe stelsel heb je die gegevens nodig om je werkelijke rendement te kunnen aangeven.

    Forfaitair vs. werkelijk rendement: vergelijking en rekenvoorbeeld

    KenmerkForfaitair (t/m 2027)Werkelijk rendement (vanaf 2028)
    GrondslagFictief percentage over vermogen op 1 janDaadwerkelijke winst (koers + inkomsten)
    Crypto-percentage 20266,00%n.v.t.
    Niet-verkochte koerswinst belast?Nee (alleen forfait telt)Ja (vermogensaanwasbelasting)
    Belasting bij koersdalingJa, over het forfaitNee (negatief = € 0, verlies verrekenbaar)
    VrijstellingHeffingsvrij vermogen (€ 59.357 in 2026)Heffingsvrij inkomen (€ 1.800)
    Kosten aftrekbaar?Nee (alleen rente)Ja
    Tarief36%36% (voorstel)

    In een stijgend jaar kan het forfaitaire stelsel gunstiger uitpakken, omdat een vast percentage van 6% vaak lager is dan een flinke koerswinst. In een dalend of vlak jaar is werkelijk rendement bijna altijd voordeliger, omdat je dan weinig of geen belasting betaalt.

    Wat kun je nu al doen? Checklist

    • Houd je crypto-administratie bij. Noteer de waarde op 1 januari en 31 december, plus alle aan- en verkopen en staking-inkomsten.
    • Bewaar bewijs. Exporteer overzichten van je exchange of wallet; je hebt ze nodig voor de OWR of je toekomstige aangifte.
    • Reken beide kanten uit. Vergelijk over 2025 je forfaitaire en werkelijke rendement voordat je aangifte doet.
    • Check de actuele cijfers. Forfaitaire percentages en vrijstellingen veranderen jaarlijks; controleer ze op belastingdienst.nl.
    • Volg de wetgeving. Het nieuwe stelsel ligt nog bij de Eerste Kamer; details kunnen wijzigen.
    • Twijfel je? Schakel een belastingadviseur in, zeker bij een groot of complex crypto-vermogen.

    Veelgestelde vragen

    Moet ik belasting betalen over crypto die ik niet heb verkocht?

    Tot en met 2027 niet rechtstreeks: je betaalt over een forfaitair percentage van de waarde op 1 januari, niet over je winst. Vanaf 2028 wel: onder de vermogensaanwasbelasting wordt ook niet-gerealiseerde koerswinst jaarlijks belast. Een goede administratie is dus belangrijk.

    Is werkelijk rendement altijd voordeliger dan forfaitair?

    Nee. In een jaar met flinke koersstijging is het forfaitaire percentage (6,00% in 2026) vaak lager dan je echte winst, en dus gunstiger. In een dalend of vlak jaar is werkelijk rendement meestal voordeliger. Reken daarom beide opties door voordat je aangifte doet.

    Wat is de tegenbewijsregeling voor crypto?

    Sinds het arrest van de Hoge Raad van 6 juni 2024 mag je aantonen dat je werkelijke rendement lager was dan het forfait. Je geeft dat door met het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR). De Belastingdienst belast dan het laagste van forfaitair en werkelijk rendement.

    Wanneer gaat de nieuwe Box 3-wet in?

    De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028, verschoven vanaf 2027. De Tweede Kamer ging op 12 februari 2026 akkoord; de Eerste Kamer behandelt het wetsvoorstel nog, met een stemming voorlopig gepland op 23 juni 2026. De datum en details staan dus nog niet definitief vast.

    Telt staking onder werkelijk rendement?

    Ja. Staking-beloningen zijn direct rendement en horen bij je werkelijke rendement. Onder het nieuwe stelsel vanaf 2028 worden ze samen met je koerswinst jaarlijks belast in de vermogensaanwasbelasting.

    Wat gebeurt er als mijn crypto in waarde daalt?

    Bij werkelijk rendement wordt een negatief totaalrendement op € 0 gezet — je betaalt dan geen Box 3-belasting over die bezittingen. Onder het stelsel vanaf 2028 kun je een verlies bovendien verrekenen met winst in latere jaren, boven een drempel van € 500.

    Conclusie

    De kern: tot en met 2027 betaal je over crypto een forfaitair rendement (6,00% in 2026, tegen 36%), maar via de tegenbewijsregeling kun je in een slecht jaar je lagere werkelijke rendement opgeven. Vanaf 2028 wordt werkelijk rendement de norm, met een vermogensaanwasbelasting die ook niet-verkochte koerswinst jaarlijks belast. Begin daarom nu met het bijhouden van je crypto-administratie.

    Dit is algemene informatie, geen fiscaal of beleggingsadvies. Raadpleeg een belastingadviseur of de Belastingdienst voor jouw situatie.

    Lees ook

    Gerelateerde artikelen

  • Retail weg uit Bitcoin: waarom dit juist een kans kan zijn

    Retail weg uit Bitcoin: waarom dit juist een kans kan zijn

    Direct antwoord: “Retail weg uit Bitcoin” betekent dat particuliere kleine beleggers massaal afhaken — minder zoekopdrachten, minder actieve wallets en uitstroom uit kleine posities — terwijl grote partijen en ETF’s juist bijkopen. Historisch valt dat soort lage retail-interesse vaak samen met bodems in plaats van toppen, waardoor het voor langetermijnbeleggers een interessant instapmoment kan zijn. Garanties bestaan niet; timing blijft onzeker.

    In het kort

    • Retail haakt af: zoekinteresse, mediahype en kleine-walletactiviteit zijn fors gedaald in 2025–2026; sommige on-chain analyses spreken van een terugval in retail-deelname tot wel circa 66%.
    • Instituten kopen door: spot-bitcoin-ETF’s namen volgens on-chain data in een recente periode van 30 dagen netto in de orde van tienduizenden bitcoins op, al wisselen in- en uitstroom per week sterk.
    • Koers onder druk: begin juni 2026 noteerde Bitcoin rond de 65.000–69.000 dollar, zo’n 35–45% onder de top van 2025.
    • Contraire logica: lage retail-interesse is historisch vaker een bodem- dan een topsignaal — maar dat is een tendens, geen garantie.
    • Vergeet de fiscus niet: in Nederland valt crypto in box 3; reken op het forfaitaire rendement (2025: 5,88%) en het heffingsvrij vermogen (2025: 57.684 euro per persoon). Deze cijfers wijzigen jaarlijks — controleer de actuele waarden bij de Belastingdienst.

    Dit is algemene informatie, geen fiscaal of beleggingsadvies. Raadpleeg een belastingadviseur of de Belastingdienst voor jouw situatie.

    Wat betekent “retail weg uit Bitcoin”?

    Retail slaat in beleggerstaal op de gewone particuliere belegger: jij, je buurman, mensen die met eigen, vaak kleinere bedragen handelen — in tegenstelling tot instituten (professionele partijen zoals fondsen, vermogensbeheerders en bedrijven). Als “retail weg is”, betekent dat niet dat niemand meer crypto bezit, maar dat de massale publieke belangstelling en het kleine-spaarder-koopgedrag sterk zijn afgenomen.

    Je herkent het aan een vertrouwd patroon: minder krantenkoppen, minder Bitcoin-gesprekken op verjaardagen, minder zoekopdrachten op Google en minder nieuwe wallets. De euforie van een eerdere bullmarkt is dan vervangen door onverschilligheid of teleurstelling.

    Kernfeit: “Retail weg uit Bitcoin” beschrijft een daling van particuliere aandacht en kleine-walletactiviteit, terwijl grotere partijen hun positie juist uitbreiden.

    Hoe weet je dat retail is afgehaakt?

    Je leidt het af uit meerdere, elkaar versterkende signalen. Niet één getal bewijst het; het is het totaalbeeld dat telt.

    • Zoekinteresse daalt. Google-zoekopdrachten naar “bitcoin kopen” en “bitcoin koers” zakken weg na een hype, een klassiek teken dat het brede publiek de interesse verliest.
    • Actieve adressen nemen af. Minder unieke wallets die transacties doen wijst op minder grassroots-activiteit.
    • Kleine partijen verkopen met verlies. On-chain data lieten in 2026 zien dat kortetermijnhouders posities afbouwden, vaak met verlies.
    • Retail-instroom droogt op. In het voorjaar van 2026 daalde de gemeten retail-instroom volgens analyses met enkele miljarden dollars.

    Let op de nuance: niet alle on-chain data wijzen dezelfde kant op. Sommige analyses zagen juist de allerkleinste wallets (onder 0,1 BTC) licht bijkopen, terwijl middelgrote wallets verkochten. Het algemene plaatje van aandacht en sentiment is echter duidelijk afgekoeld.

    Kernfeit: Dalend zoekvolume, minder actieve adressen en verlieslatende verkopen door kleine houders zijn samen de duidelijkste tekenen dat retail is afgehaakt bij Bitcoin.

    Waarom kopen instituten juist nu?

    Terwijl de particulier wegloopt, bouwen professionele partijen posities op. De belangrijkste motor is de spot-bitcoin-ETF: een beursgenoteerd product dat Bitcoin volgt, zodat instituten via een gewone effectenrekening blootstelling kunnen krijgen zonder zelf coins te bewaren.

    In een recente periode van dertig dagen namen deze ETF’s volgens on-chain data per saldo tienduizenden bitcoins op. Tegelijk waren er ook weken met juist forse uitstroom, wat laat zien dat ook instituten niet één blok vormen.

    Waarom doen ze dit in een dalende markt? Een paar veelgenoemde redenen:

    1. Lagere prijzen, lagere instapkosten. Voor een langetermijnpartij is een correctie van 35–45% eerder een korting dan een schrik.
    2. Langere horizon. Instituten hoeven niet morgen te verkopen; ze kunnen volatiliteit uitzitten.
    3. Structurele toegang. ETF’s hebben crypto “beleggingswaardig” gemaakt binnen bestaande mandaten en regels.

    Kernfeit: In recente perioden namen spot-bitcoin-ETF’s per saldo bitcoins op terwijl particuliere beleggers verkochten — een opvallende verschuiving in eigenaarschap.

    Waarom kan een retail-exit een kans zijn?

    Hier komt de contraire gedachte. Contrair beleggen betekent dat je het tegenovergestelde doet van de massa, op basis van de aanname dat de massa op extremen vaak ongelijk heeft. De aan belegger Warren Buffett toegeschreven uitspraak vat het samen: wees angstig wanneer anderen hebzuchtig zijn, en hebzuchtig wanneer anderen angstig zijn.

    De redenering luidt als volgt:

    • Toppen ontstaan bij euforie, bodems bij desinteresse. Wanneer iedereen al heeft gekocht, is er weinig koopkracht over om de prijs verder te stuwen. Wanneer iedereen is afgehaakt, is het verkoopaanbod grotendeels uitgewerkt.
    • “Sterke handen” nemen het over van “zwakke handen”. Coins verschuiven van kortetermijnhandelaren naar langetermijnhouders die blijven zitten. Dat maakt het aanbod krapper.
    • Lage verwachtingen, makkelijker te overtreffen. Als niemand nog iets verwacht, kan zelfs gematigd goed nieuws de koers bewegen.

    Kernfeit: Historisch valt lage retail-interesse vaker samen met marktbodems dan met toppen, omdat het verkoopaanbod dan grotendeels is uitgewerkt en sterke handen het aanbod opnemen.

    Let op: “Retail is weg” is een sentimentsignaal, geen koopknop. Het zegt iets over de stemming, niet over de exacte bodem. Niemand kan het dieptepunt betrouwbaar timen.

    Wat zijn de risico’s van deze contraire gedachte?

    De contraire redenering klinkt aantrekkelijk, maar kent serieuze valkuilen. Een eerlijke afweging hoort erbij.

    Argument vóór (de kans)Tegenargument (het risico)
    Retail is uitverkocht, dus weinig aanbod over“Uitverkocht” is achteraf pas vast te stellen; het kan dieper
    Instituten kopen, dus slim geld is positiefOok instituten verkopen soms fors (ETF-uitstroom, winstnemende whales)
    Lage sentiment = bodemSentiment kan lang laag blijven (“crypto winter“)
    Korting van 35–45% t.o.v. de topEen top is geen eerlijke waarde; lager kan terecht zijn
    Sterke handen nemen overConcentratie bij grote partijen vergroot ook het manipulatierisico

    Kernfeit: Een retail-exit verlaagt het verkoopaanbod, maar garandeert geen bodem — markten kunnen verder dalen of langdurig zijwaarts blijven.

    Daar komt bij dat tegelijk met retail óók sommige grote houders verkochten: meldingen spraken in 2026 van een van de agressiefste distributiecycli onder grote wallets ooit gemeten. Het beeld is dus niet simpelweg “dom geld eruit, slim geld erin”.

    Hoe pak je het verstandig aan als belegger?

    Als je op basis van dit beeld iets wilt doen, telt hoe je het doet meer dan of de timing perfect is. Een paar nuchtere principes:

    1. Beleg alleen geld dat je kunt missen. Crypto is zeer volatiel; uitgaan van verdamping is geen overdrijving.
    2. Spreid je aankopen in de tijd. Met dollar-cost averaging (periodiek een vast bedrag inleggen) hoef je de bodem niet te raden en spreid je je instapprijs.
    3. Bepaal vooraf je horizon. De contraire logica werkt vooral over jaren, niet over weken.
    4. Houd rekening met de fiscus. Reken je nettorendement door inclusief box 3-heffing.
    5. Bewaar je administratie. Noteer aankoopdata, bedragen en koersen — handig voor je aangifte én je eigen overzicht.

    Let op: Een dalende markt voelt rationeel om te mijden en een stijgende markt voelt veilig om in te stappen — precies omgekeerd aan wat de contraire logica suggereert. Je eigen emotie is vaak je grootste risico.

    Hoe geef je crypto fiscaal correct aan in box 3?

    In Nederland valt crypto voor particulieren in box 3 (sparen en beleggen). Je betaalt geen belasting over je winst zelf, maar over een forfaitair rendement: een door de Belastingdienst aangenomen rendement op je vermogen, gemeten op de peildatum 1 januari.

    De laatst bekende cijfers (belastingjaar 2025, aangifte in 2026):

    OnderdeelWaarde 2025Toelichting
    Forfaitair rendement crypto/beleggingen5,88%Aangenomen rendement over je crypto
    Belastingtarief box 336%Geheven over het forfaitaire (of lagere werkelijke) rendement
    Heffingsvrij vermogen57.684 euro p.p.115.368 euro voor fiscale partners samen
    Peildatum1 januari 2025Waarde van je crypto op die dag telt

    Deze cijfers veranderen jaarlijks en er staat nieuwe wetgeving op stapel; controleer de actuele waarden altijd bij de Belastingdienst. Sinds 2025 vraagt de aangifte automatisch of je je werkelijke rendement wilt opgeven. De Belastingdienst rekent dan met het voor jou gunstigste bedrag: het forfaitaire óf het werkelijke rendement. Bewaar dus goede vastlegging van je koerswinsten en -verliezen.

    Kernfeit: Crypto valt in Nederland in box 3; voor belastingjaar 2025 geldt een forfaitair rendement van 5,88% en een heffingsvrij vermogen van 57.684 euro per persoon — bedragen die jaarlijks wijzigen.

    Dit is algemene informatie, geen fiscaal of beleggingsadvies. Raadpleeg een belastingadviseur of de Belastingdienst voor jouw situatie.

    Veelgestelde vragen

    Betekent “retail weg uit Bitcoin” dat de bodem is bereikt?

    Nee. Lage retail-interesse valt historisch vaker samen met bodems dan met toppen, maar het is een sentimentsignaal, geen exacte timing. De markt kan na een retail-exit nog verder dalen of lang zijwaarts bewegen. Zie het als context, niet als koopsignaal.

    Waarom kopen grote partijen Bitcoin als particulieren verkopen?

    Instituten hebben doorgaans een langere horizon en zien een koersdaling eerder als korting dan als gevaar. Via spot-bitcoin-ETF’s kunnen ze eenvoudig en gereguleerd posities opbouwen. Let op: ook instituten verkopen soms fors, dus het beeld is niet altijd eenduidig.

    Is dit een goed moment om Bitcoin te kopen?

    Dat hangt af van jouw situatie, horizon en risicobereidheid — daar kan dit artikel geen uitspraak over doen. Beleg alleen geld dat je kunt missen, overweeg gespreid inleggen en reken je nettorendement door inclusief box 3-heffing. Dit is geen beleggingsadvies.

    Hoeveel belasting betaal ik over mijn crypto in Nederland?

    Crypto valt in box 3. Voor belastingjaar 2025 geldt een forfaitair rendement van 5,88% en een tarief van 36%, met een heffingsvrij vermogen van 57.684 euro per persoon. Deze cijfers wijzigen jaarlijks; check altijd de actuele waarden bij de Belastingdienst.

    Wat is het verschil tussen retail en “whales”?

    Retail zijn particuliere beleggers met doorgaans kleinere bedragen. Whales zijn zeer grote houders (vaak duizenden BTC) wier transacties de markt kunnen bewegen. In 2025–2026 was hun gedrag wisselend: sommige whales kochten bij, andere verkochten juist fors.

    Hoe meet je of retail is afgehaakt?

    Aan een combinatie van signalen: dalend Google-zoekvolume, minder actieve wallet-adressen, opdrogende retail-instroom en verlieslatende verkopen door kleine houders. Eén indicator is nooit genoeg; het is het totaalbeeld dat de afkoeling van het sentiment laat zien.

    Conclusie

    De kern: retail is grotendeels weg uit Bitcoin, terwijl instituten per saldo bijkopen — en historisch is zo’n stille, ongeliefde markt vaker een bodem dan een top geweest. Dat maakt het voor langetermijnbeleggers een potentieel interessant moment, geen zekerheid. De timing van de exacte bodem kan niemand betrouwbaar voorspellen, en ook grote partijen verkopen soms fors. Wie iets doet, doet er goed aan om gespreid in te leggen, alleen te beleggen wat gemist kan worden, en de box 3-heffing mee te rekenen.

    Wil je je crypto-aangifte goed op orde hebben? Lees verder in onze gids over crypto en belasting in box 3, of download onze gratis crypto-administratie-checklist om aankoopdata en koersen netjes bij te houden.

    Dit is algemene informatie, geen fiscaal of beleggingsadvies. Raadpleeg een belastingadviseur of de Belastingdienst voor jouw situatie.

    Gerelateerde artikelen

  • Hoeveel belasting betaal je over crypto in Nederland? Box 3 uitgelegd met rekenvoorbeeld

    Crypto valt in Nederland in box 3, de belasting op je vermogen. Je betaalt geen belasting over je daadwerkelijke winst, maar over een fictief (forfaitair) rendement op de waarde van je crypto op 1 januari. Voor belastingjaar 2025 rekent de Belastingdienst met 5,88% fictief rendement voor crypto, een belastingtarief van 36% en een heffingsvrij vermogen van € 57.684 per persoon.

    In het kort

    • Crypto = box 3. Voor particuliere beleggers telt je crypto als “overige bezittingen” in box 3, samen met spaargeld en beleggingen.
    • Niet je winst, maar een fictief rendement wordt belast. Voor 2025 is dat 5,88% over de cryptowaarde op de peildatum 1 januari.
    • Heffingsvrij vermogen 2025: € 57.684 per persoon (€ 115.368 met fiscale partner). Blijf je daaronder, dan betaal je niets.
    • Tarief: 36% over het berekende voordeel.
    • Tegenbewijsregeling: was je werkelijke rendement lager dan het forfait? Dan mag je het lagere bedrag laten belasten.

    ⚠️ Disclaimer: Dit is algemene informatie, geen fiscaal of beleggingsadvies. Tarieven en bedragen in box 3 veranderen jaarlijks. Controleer de actuele cijfers altijd bij de Belastingdienst of raadpleeg een belastingadviseur voor jouw situatie.

    In welke box valt crypto?

    In het Nederlandse belastingstelsel verdeelt de Belastingdienst je inkomen over drie “boxen”. Box 3 is de box voor je vermogen: spaargeld, beleggingen, een tweede woning — en dus ook crypto zoals Bitcoin, Ethereum en stablecoins.

    Voor de meeste particuliere beleggers geldt: je crypto valt onder de categorie “overige bezittingen”. Dat is dezelfde categorie als aandelen en obligaties, en die wordt zwaarder belast dan spaargeld.

    Kernfeit: Crypto wordt voor particuliere beleggers in Nederland belast in box 3 als “overige bezittingen”, net als aandelen en obligaties.

    Hoeveel belasting betaal je over crypto in 2025?

    Je betaalt geen belasting over je werkelijke koerswinst. De Belastingdienst gaat uit van een fictief rendement: een vast percentage dat je verondersteld wordt te hebben verdiend, ongeacht of je crypto is gestegen of gedaald.

    Voor belastingjaar 2025 (de aangifte die je in 2026 doet) zijn de relevante percentages:

    Onderdeel box 3Percentage / bedrag 2025
    Fictief rendement crypto (“overige bezittingen”)5,88%
    Fictief rendement spaargeld (banktegoeden)1,37%
    Fictief rendement schulden (aftrekbaar)2,70%
    Belastingtarief box 336%
    Heffingsvrij vermogen (per persoon)€ 57.684
    Heffingsvrij vermogen (met fiscale partner)€ 115.368
    Bron: percentages en bedragen 2025, Belastingdienst. Deze cijfers worden jaarlijks aangepast — check de actuele waarden vóór je aangifte.

    Kernfeit: Voor belastingjaar 2025 rekent de Belastingdienst met een fictief rendement van 5,88% over crypto, belast tegen een tarief van 36%.

    Onder de streep komt de effectieve belasting op crypto in 2025 neer op ongeveer 2,1% van de cryptowaarde boven het heffingsvrij vermogen (5,88% × 36% ≈ 2,12%).

    Wat is het heffingsvrij vermogen?

    Het heffingsvrij vermogen is het deel van je vermogen waarover je geen box 3-belasting betaalt. In 2025 is dat € 57.684 per persoon. Heb je een fiscale partner, dan tellen jullie vermogens samen en geldt een gezamenlijke vrijstelling van € 115.368.

    Belangrijk: dit bedrag geldt voor je totale box 3-vermogen, dus crypto plus spaargeld plus beleggingen samen — niet per onderdeel.

    Kernfeit: Blijft je totale box 3-vermogen onder € 57.684 (2025), dan betaal je geen belasting over je crypto.

    Let op: Ook als je onder het heffingsvrij vermogen blijft en dus niets betaalt, moet je je crypto vaak nog wél opgeven in je aangifte. De vrijstelling betekent “geen belasting”, niet “niet aangeven”.

    Rekenvoorbeeld: zo bereken je je cryptobelasting

    Laten we het concreet maken. Stel: je bent alleenstaand (geen fiscale partner) en je hebt op 1 januari 2025 voor € 100.000 aan crypto. Je hebt geen spaargeld en geen schulden. Belastingjaar 2025.

    1. Bepaal de waarde op de peildatum. Cryptowaarde op 1 januari 2025: € 100.000.
    2. Bereken het fictieve rendement. € 100.000 × 5,88% = € 5.880.
    3. Trek het heffingsvrij vermogen af van je grondslag. € 100.000 − € 57.684 = € 42.316 (je belaste grondslag).
    4. Bereken het belaste voordeel. Omdat je alleen crypto hebt, is je rendementspercentage 5,88%. € 42.316 × 5,88% = € 2.488.
    5. Bereken de belasting (36%). € 2.488 × 36% = € 896.

    Je betaalt dus ongeveer € 896 belasting over € 100.000 aan crypto — een effectief tarief van zo’n 0,9% van je totale cryptovermogen.

    Kernfeit: Bij € 100.000 aan crypto en geen ander vermogen betaal je in 2025 ongeveer € 896 box 3-belasting (effectief ± 0,9% van de waarde).

    En als je óók spaargeld hebt?

    Heb je verschillende soorten vermogen, dan berekent de Belastingdienst eerst een gemengd rendementspercentage. Spaargeld telt namelijk mee tegen een veel lager forfait (1,37%) dan crypto (5,88%).

    Voorbeeld (2025, alleenstaand)Bedrag
    Crypto (1 jan)€ 40.000
    Spaargeld (1 jan)€ 30.000
    Totaal vermogen€ 70.000
    Rendement crypto (40.000 × 5,88%)€ 2.352
    Rendement spaargeld (30.000 × 1,37%)€ 411
    Totaal fictief rendement€ 2.763
    Gemengd rendementspercentage (2.763 / 70.000)3,95%
    Grondslag na vrijstelling (70.000 − 57.684)€ 12.316
    Belast voordeel (12.316 × 3,95%)€ 486
    Box 3-belasting (× 36%)± € 175

    Wat is de tegenbewijsregeling?

    De tegenbewijsregeling is een belangrijke vangnetregeling. Was je werkelijke rendement in een jaar lager dan het fictieve rendement, dan mag je dat aantonen en betaal je belasting over het lagere, werkelijke bedrag.

    Dit is voor crypto extra relevant: koersen kunnen flink dalen. Daalde je crypto in waarde, dan kan je werkelijke rendement (bijna) nul of zelfs negatief zijn, terwijl het forfait je 5,88% “winst” toerekent.

    Kernfeit: Met de tegenbewijsregeling betaal je box 3-belasting over je werkelijke rendement als dat lager is dan het forfaitaire rendement — handig in een dalende cryptomarkt.

    Sinds de Wet tegenbewijsregeling box 3 (aangenomen door de Eerste Kamer op 8 juli 2025) is dit definitief geregeld. Je geeft je werkelijke rendement door met het formulier “Opgaaf Werkelijk Rendement” (OWR); vanaf belastingjaar 2025 zit dit formulier in je aangifte inkomstenbelasting. Je berekent het werkelijke rendement over je hele box 3-vermogen samen, inclusief reguliere inkomsten (rente, dividend, huur) én waardeontwikkelingen — voor crypto dus ook ongerealiseerde koerswinst of -verlies. Let op: bij deze berekening geldt géén heffingsvrij vermogen en mag je kosten niet aftrekken.

    Welke peildatum geldt voor crypto?

    Voor box 3 telt maar één moment: de peildatum 1 januari van het belastingjaar. De waarde van je crypto op die datum bepaalt je grondslag — wat er daarna in het jaar gebeurt met de koers, maakt voor de aangifte niet uit.

    Kernfeit: De waarde van je crypto op 1 januari (de peildatum) bepaalt je box 3-grondslag; koersbewegingen later in het jaar tellen niet mee.

    Praktisch: noteer per coin de hoeveelheid en de koers op 1 januari, omgerekend naar euro’s. Gebruik een betrouwbare bron (bijvoorbeeld de exchange waar je handelt) en bewaar een screenshot of export als onderbouwing.

    Let op: Crypto op een buitenlandse exchange of in een eigen wallet valt nét zo goed onder de Nederlandse aangifteplicht als crypto bij een Nederlandse aanbieder.

    Box 3-cijfers 2025 vs. 2026

    De cijfers veranderen elk jaar. Voor het overzicht zet je 2025 en 2026 naast elkaar:

    Onderdeel20252026 (voorlopig)
    Fictief rendement crypto / overige bezittingen5,88%6,00%
    Fictief rendement spaargeld1,37%1,28% (voorlopig)
    Fictief rendement schulden2,70%2,70%
    Belastingtarief36%36%
    Heffingsvrij vermogen (per persoon)€ 57.684€ 59.357
    Heffingsvrij vermogen (fiscale partners)€ 115.368€ 118.714
    De cijfers voor 2026 zijn deels voorlopig en kunnen nog wijzigen. Controleer ze bij de Belastingdienst vóór je aangifte over 2026 doet (in 2027).

    Kernfeit: Voor 2026 stijgt het fictieve rendement op crypto naar 6,00% en het heffingsvrij vermogen naar € 59.357 per persoon.

    Wanneer valt crypto in box 1 in plaats van box 3?

    Niet alle crypto valt automatisch in box 3. Verdien je met crypto op een manier die lijkt op werk of ondernemen, dan kan de winst in box 1 (inkomen uit werk) belast worden — en die tarieven liggen veel hoger (tot 49,5%).

    Denk aan situaties zoals:

    • Je mined of staket professioneel met substantiële middelen en arbeid.
    • Je handelt zó actief en systematisch dat het een onderneming of “resultaat uit overige werkzaamheden” wordt.
    • Je ontvangt crypto als betaling voor werk of als loon.

    Kernfeit: Gewoon “kopen en aanhouden” als particulier valt in box 3; professioneel minen, staken of handelen kan in box 1 vallen tegen een veel hoger tarief.

    Staking en lending vragen extra aandacht. De crypto die je ontvangt uit staking of lending telt als bezitting mee in box 3, naar de waarde op 1 januari. Maar krijg je een beloning voor het actief meedraaien in een netwerk, of leen je structureel en actief crypto uit, dan kan de Belastingdienst dat zien als inkomen in box 1 (“resultaat uit overige werkzaamheden”). Passief uitlenen blijft doorgaans box 3.

    Voor de gemiddelde belegger die crypto koopt en bewaart, is box 3 het juiste vak. Deze grens is niet zwart-wit; twijfel je over jouw situatie, leg die dan voor aan een belastingadviseur.

    Stappenplan: je crypto correct aangeven

    Volg deze stappen om je crypto netjes in box 3 te verwerken:

    1. Inventariseer al je crypto op 1 januari van het belastingjaar — alle coins, alle wallets en exchanges (ook buitenlandse).
    2. Bepaal de euro-waarde per coin op de peildatum en tel alles op.
    3. Tel je overige box 3-vermogen erbij (spaargeld, beleggingen) en trek eventuele schulden af.
    4. Check of je boven het heffingsvrij vermogen uitkomt (€ 57.684 in 2025).
    5. Vul de waarde in bij “overige bezittingen” in je aangifte inkomstenbelasting.
    6. Overweeg de tegenbewijsregeling als je werkelijke rendement lager was.
    7. Bewaar je onderbouwing (exports, screenshots van koersen) minimaal 5 jaar.

    Checklist: Coins geïnventariseerd? Koersen 1 januari genoteerd? Buitenlandse wallets meegerekend? Onderbouwing opgeslagen? Dan ben je klaar voor je aangifte.

    Veelgestelde vragen

    Moet ik mijn crypto aangeven als ik onder het heffingsvrij vermogen blijf?

    Vaak wel. Het heffingsvrij vermogen bepaalt of je belasting betaalt, niet of je iets aangeeft. Veel mensen geven hun box 3-vermogen op in de aangifte; blijf je onder de vrijstelling, dan is de te betalen belasting nul. Twijfel je? Volg de vragen in je aangifteprogramma of check belastingdienst.nl.

    Betaal ik belasting over mijn cryptowinst of over de waarde?

    Over geen van beide rechtstreeks. Je betaalt box 3-belasting over een fictief rendement (5,88% in 2025) dat wordt berekend over de waarde van je crypto op 1 januari. Je werkelijke koerswinst of -verlies speelt alleen een rol via de tegenbewijsregeling.

    Wat is de peildatum voor crypto in box 3?

    De peildatum is 1 januari van het belastingjaar. Alleen de waarde van je crypto op die ene dag telt mee voor je aangifte. Koop, verkoop of koersbewegingen later in het jaar veranderen je box 3-grondslag voor dat jaar niet.

    Hoeveel belasting betaal ik over € 50.000 crypto?

    Als dit je enige box 3-vermogen is en je hebt geen fiscale partner, blijf je in 2025 onder het heffingsvrij vermogen van € 57.684. Je betaalt dan € 0 box 3-belasting. Komt je totale vermogen daar wél boven, dan reken je met 5,88% fictief rendement en 36% tarief.

    Wat als mijn crypto in waarde is gedaald?

    Dan kan de tegenbewijsregeling uitkomst bieden. Was je werkelijke rendement over je box 3-vermogen lager dan het forfaitaire rendement, dan mag je belasting betalen over dat lagere werkelijke bedrag. Je moet dit zelf aantonen en onderbouwen bij de Belastingdienst.

    Telt crypto op een buitenlandse exchange ook mee?

    Ja. Als Nederlands belastingplichtige geef je je wereldwijde box 3-vermogen op. Crypto op een buitenlandse exchange of in een zelfbeheerde wallet telt net zo goed mee als crypto bij een Nederlandse aanbieder.

    Conclusie

    Crypto belasten is in Nederland eenvoudiger dan het lijkt: voor particulieren valt het in box 3, je betaalt over een fictief rendement van 5,88% (2025) tegen een tarief van 36%, en pas boven het heffingsvrij vermogen van € 57.684 komt er belasting kijken. Daalde je crypto? Dan beschermt de tegenbewijsregeling je tegen belasting over winst die je niet hebt gemaakt. Omdat de cijfers jaarlijks veranderen, check je de actuele waarden altijd bij de Belastingdienst vóór je aangifte.

    ⚠️ Disclaimer: Dit artikel is algemene informatie en geen fiscaal of beleggingsadvies. Box 3-regels en -tarieven veranderen jaarlijks en kunnen door rechtspraak of nieuwe wetgeving wijzigen. Raadpleeg voor jouw persoonlijke situatie een belastingadviseur of de Belastingdienst.

    Lees ook

    Gerelateerde artikelen

  • Nieuwe box 3-wet: wat betekent dit voor je Bitcoin in 2028?

    Update maart 2026: Minister Heinen wil het wetsvoorstel nog aanpassen — maar de richting is duidelijk. Vanaf 2028 betaal je mogelijk belasting over je echte Bitcoin-winst, ook als je niets hebt verkocht. Wat betekent dat voor jou?

    Wat verandert er in box 3?

    Nederland kent al jaren discussie over box 3 — de belastingcategorie voor spaargeld, beleggingen en crypto. Het huidige systeem rekent met een fictief rendement: de Belastingdienst gaat ervan uit dat je vermogen een bepaald percentage opbrengt, ongeacht wat je echt verdient. Over dat fictieve rendement betaal je 36% belasting.

    Na het Kerstarrest van de Hoge Raad in 2021 — waarbij werd geoordeeld dat het oude box 3-systeem onrechtmatig was — werkt de overheid aan een nieuw stelsel. De Tweede Kamer stemde in februari 2026 in met Wetsvoorstel 36748: de Wet werkelijk rendement box 3. Geplande ingangsdatum: 1 januari 2028.

    Oud systeem vs nieuw systeem

    SituatieHuidig (fictief rendement)Nieuw (werkelijk rendement)
    GrondslagFictief rendement (~5,88%)Je echte winst of verlies
    Tarief36% over fictief rendement36% over werkelijk rendement
    Ongerealiseerde winstTelt niet meeTelt ⭐ wel mee
    Bitcoin stijgt 80%?Je betaalt ~2,1% van waardeJe betaalt 36% van de 80% stijging
    Bitcoin daalt 50%?Je betaalt toch fictief rendementVerlies verrekend met toekomstige winst
    IngangsdatumNu van krachtGepland 1 januari 2028

    Het grote probleem voor Bitcoin-bezitters

    Het nieuwe systeem klinkt eerlijk: betaal over wat je echt verdient. Maar er zit een fundamentele adder onder het gras voor crypto-bezitters: ongerealiseerde winst.

    Stel, je hebt €20.000 in Bitcoin. In 2028 stijgt Bitcoin met 120%. Je bezit is nu €44.000 waard — maar je hebt niets verkocht. Je hebt geen euro cash ontvangen. Toch moet je onder het nieuwe stelsel 36% belasting betalen over €24.000 papieren winst: dat is €8.640 — te betalen in cash.

    “Je betaalt echte euros over winst die je nog niet hebt gerealiseerd. Als Bitcoin daarna crasht, heb je één groot probleem.”

    Dit is precies de kritiek die economen, fiscalisten en de Bitcoin-gemeenschap luid laten horen. Het dwingt mensen om Bitcoin te verkopen om de belastingrekening te kunnen betalen — zelfs als ze dat strategisch helemaal niet willen.

    Rekenvoorbeeld: wat betaal je straks?

    Stel je bezit op 1 januari 2028: 0,5 BTC ter waarde van €50.000.

    • Bitcoin stijgt dat jaar naar €120.000 → je 0,5 BTC is €60.000 waard eind 2028
    • Werkelijk rendement: €10.000 (ongerealiseerde waardestijging)
    • Belasting: 36% × €10.000 = €3.600 te betalen — zonder dat je iets hebt verkocht

    En als Bitcoin daarna terugvalt naar €50.000? Dan heb je €3.600 belasting betaald over een winst die verdampt is. Je verlies verrekent in theorie met toekomstige winsten, maar dat geeft nu geen cash terug.

    De politieke situatie: nog niet zeker

    Er is goed nieuws en slecht nieuws:

    Goed nieuws: Minister Heinen van Financiën heeft eind februari 2026 laten weten het wetsvoorstel te willen aanpassen. De zorgen over belasting op papieren winst en mogelijke kapitaalvlucht zijn ook in de Tweede Kamer breed gedeeld. De Eerste Kamer heeft nog niet ingestemd.

    Slecht nieuws: de richting — belasting op werkelijk rendement — staat vast. De vraag is alleen hoe ongerealiseerde winsten worden behandeld. Aanpassing betekent niet afschaffing.

    Drie mogelijke uitkomsten

    1. Wet gaat door zoals gepland (2028) — ongerealiseerde winsten belast, crypto-bezitters gedwongen te verkopen of liquiditeitsreserve aan te houden
    2. Wet wordt aangepast — alleen gerealiseerde winsten belast, zoals in Duitsland (vrijstelling na 1 jaar HODLen). Dit zou gunstiger zijn.
    3. Verdere vertraging — de implementatie schuift op naar 2029 of later terwijl het debat doorgaat

    Wat kun je nu al doen?

    Ongeacht de uitkomst: voorbereiding is slim. Dit zijn de stappen die je nu kunt zetten:

    • 💾 Documenteer alles — je aankoopprijzen (kostprijsbasis), transactiedata en wallets. Dit is de basis voor elke belastingberekening.
    • 🛠️ Gebruik belastingsoftware — Koinly of Blockpit kan je portefeuille al inzichtelijk maken. Hoe eerder je start, hoe makkelijker.
    • 💰 Overweeg een liquiditeitsreserve — als de wet doorgaat zoals gepland, heb je cash nodig om belasting te betalen zonder Bitcoin te verkopen.
    • ⚖️ Raadpleeg een fiscalist — een belastingadviseur met crypto-ervaring kan je helpen je strategie aan te passen op de nieuwe regels.
    • 📰 Blijf het nieuws volgen — het debat over box 3 is volop gaande. Een aanpassing van Heinen kan de situatie significant veranderen.

    Vergelijking met het buitenland

    Ter vergelijking: hoe behandelen andere landen Bitcoin in de belasting?

    LandSysteemTarief crypto
    🇩🇪 DuitslandVrijstelling na 1 jaar HODLen0% bij >1 jaar aanhouden
    🇵🇹 PortugalVrijstelling na 1 jaar (beleggingscrypto)0–28% afhankelijk van situatie
    🇧🇪 BelgiëGeen winstbelasting bij normaal beheer0% (speculatief: 33%)
    🇳🇱 Nederland (huidig)Fictief rendement box 3~2,1% van vermogenswaarde
    🇳🇱 Nederland (nieuw 2028)Werkelijk rendement incl. ongerealiseerd36% over echte winst
    🇺🇸 VSCapital gains tax bij verkoop15–20% (lang termijn)

    Nederland loopt met de ongerealiseerde-winst belasting uit de pas met de meeste Europese landen. Dit verklaart ook de zorgen over kapitaalvlucht: vermogenden kunnen besluiten te emigreren naar landen met gunstiger crypto-belasting, zoals Portugal of België.

    Veelgestelde vragen

    Wanneer gaat het nieuwe box 3-systeem in?

    De geplande ingangsdatum is 1 januari 2028. Maar minister Heinen wil het wetsvoorstel aanpassen en de Eerste Kamer heeft nog niet ingestemd. De datum kan nog verschuiven.

    Betaal ik nu al belasting over Bitcoin-winst?

    Nee, niet over winst. Nu valt Bitcoin onder box 3 met een fictief rendement. Je geeft de waarde op peildatum 1 januari op als vermogen. Over de winst of verlies bij verkoop betaal je géén aparte belasting in het huidige systeem.

    Wat is het Kerstarrest?

    Op 24 december 2021 oordeelde de Hoge Raad dat het oude box 3-systeem in strijd was met Europees eigendomsrecht. Mensen die minder verdienden dan het fictieve rendement, betaalden te veel belasting. Dit arrest dwong de overheid tot hervorming — wat uiteindelijk leidde tot het nieuwe wetsvoorstel.

    Kan ik emigreren om belasting te ontwijken?

    In theorie wel — maar Nederland heeft een emigratieheffing. Als je Nederland verlaat met een vermogen boven een bepaalde drempel, kan de Belastingdienst een conserverende aanslag opleggen. Raadpleeg altijd een specialist voor je zo’n stap overweegt.

    Lees ook

    Gerelateerde artikelen