Belasting · Gids 2026 · 25 mei 2026

Werkelijk rendement op crypto in Box 3: zo dien je de Opgaaf in

Wie in een eerder belastingjaar verlies maakte op crypto, kan via de Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR) een deel van de Box 3-aanslag terugvragen. Sinds 10 juli 2025 is het formulier live in Mijn Belastingdienst, met terugwerkende kracht tot belastingjaar 2017. Hieronder: wanneer het loont, wat er per regel in het formulier komt, en een doorgerekend voorbeeld-portfolio.

Waar de regeling vandaan komt

Op 6 juni 2024 oordeelde de Hoge Raad dat het forfaitaire rendement in Box 3 niet hoger mag uitvallen dan het werkelijk behaalde rendement. Dat arrest werd in juli 2025 omgezet in de Wet tegenbewijsregeling Box 3. Belastingplichtigen mogen sindsdien hun werkelijke rendement aantonen voor elk jaar vanaf 2017, mits de aanslag van dat jaar nog niet onherroepelijk vaststaat of er tijdig bezwaar is gemaakt.

Voor crypto-houders is dit relevant omdat het forfait voor ‘overige bezittingen’ jarenlang fors hoger lag dan een verlieslatend crypto-jaar opleverde. In 2022 daalde Bitcoin met 64 procent; wie dat jaar de top-zwaar instapte werd in de aangifte over hetzelfde jaar belast op 5,53 procent fictief rendement.

Wanneer het indienen loont

Het werkelijke rendement van het hele Box 3-vermogen (spaargeld, beleggingen, crypto, vastgoed buiten eigen woning) moet lager zijn dan het forfaitaire rendement van dat hele vermogen. Niet alleen de crypto-portefeuille. Wie €100.000 spaargeld had met 3,5 procent rente én €30.000 crypto die 50 procent zakte, telt beide op.

Een snelle test: bereken de optelsom van directe inkomsten (rente, dividend, ontvangen staking-rewards in euro) plus de waardeverandering van het hele vermogen over het kalenderjaar. Is die uitkomst lager dan het forfait dat de Belastingdienst over hetzelfde jaar berekende, dan kan OWR teruggeven. Belangrijk: bij het werkelijke rendement geldt het heffingsvrij vermogen niet — er wordt gekeken naar het totaal.

Wat ‘werkelijk rendement’ is — per asset-type

De Belastingdienst hanteert een brede definitie: alle waardeverandering en alle directe inkomsten gedurende het jaar, gerealiseerd en ongerealiseerd. Voor crypto vertaalt dat zich per type asset als volgt.

Spotprijs-coins (Bitcoin, Ethereum, Solana) — Waardeverandering = eindwaarde 31 december min beginwaarde 1 januari, gecorrigeerd voor aan- en verkopen tijdens het jaar. Tussentijdse aankopen tellen mee vanaf hun aankoopprijs; verkopen worden behandeld als gerealiseerd resultaat op verkoopmoment. Wisselkoers: euro op de relevante peildatum, te halen uit de exchange waar de transactie plaatsvond of een marktbrede bron als CoinGecko.

Staking-beloningen — Tellen als rendement op het moment van ontvangst, gewaardeerd in euro tegen de spotprijs op dat moment. Latere koerswijziging van de ontvangen tokens loopt vervolgens mee in de waardeverandering. Wie ETH staket en in 2024 0,28 ETH aan rewards ontving terwijl de ETH-koers gemiddeld €2.870 stond, noteert €803 als direct rendement.

Stablecoins (USDC, USDT, DAI) — Geen koerswinst of -verlies behalve het euro-dollar effect. Wie het hele jaar $10.000 USDC aanhield met EUR/USD van 0,92 naar 0,96, noteert een waardestijging van ongeveer 4 procent (€370 op €9.200 startwaarde).

Airdrops, hardforks, mining-rewards — Voor zover ontvangen in Box 3-context (passief, geen actieve mining-onderneming): rendement op het moment van ontvangst, gewaardeerd in euro. Verloren toegang tot een airdrop? Dan is er feitelijk niets ontvangen.

DeFi liquidity-tokens, yield farming — Hier wordt het complex. De positie zelf is een Box 3-bezit, gewaardeerd op de actuele euro-waarde. Yield wordt veelal automatisch in de positie verwerkt (auto-compound). Dan volstaat de begin- en eindwaarde van de positie. Wie tokens los uitgekeerd kreeg, noteert die los als rendement.

Een doorgerekend voorbeeld: belastingjaar 2024

Stel: Mark heeft op 1 januari 2024 een Box 3-vermogen van €185.000. Daarvan:

  • Spaarrekening: €60.000 (gemiddelde rente 1,8% → €1.080)
  • Bitcoin: 1,2 BTC à €38.500 = €46.200
  • Ethereum: 18 ETH à €2.060 = €37.080
  • USDC: 25.000 stuks à €0,915 = €22.875
  • Bitvavo-staking ETH: actief, levert in 2024 0,52 ETH op
  • VTI ETF: €18.845 (€21.500 op 31 december, dividend €410)

Op 31 december 2024 staan de spotprijzen op BTC €87.000 en ETH €3.150. Dat lijkt een goed jaar — maar Mark verkocht in oktober 0,4 BTC voor €58.000 om een verbouwing te financieren. Eindstand crypto: 0,8 BTC = €69.600, 18,52 ETH = €58.338, 25.000 USDC = €23.875 (EUR/USD verschoven naar €0,955).

De berekening:

Component Bedrag
Spaarrente+ €1.080
BTC: eindwaarde + verkoop − beginwaarde
(€69.600 + €58.000) − €46.200
+ €81.400
ETH-waardeverandering (excl. rewards)
18 ETH herwaardering van €2.060 naar €3.150
+ €19.620
ETH staking-rewards
0,52 ETH à gem. €2.625 op ontvangst
+ €1.365
USDC EUR/USD-effect+ €1.000
VTI ETF waardestijging + dividend+ €3.065
Werkelijk rendement totaal+ €107.530

Het forfaitaire rendement van datzelfde vermogen volgens de Belastingdienst over 2024: spaargeld 1,44% × €60.000 = €864 en overige bezittingen 6,04% × €125.000 = €7.550. Totaal forfait: €8.414. Werkelijk rendement van €107.530 ligt hier ver boven. Voor Mark loont OWR niet — bij indiening zou hij juist meer moeten betalen (dat hoeft niet, de regel werkt één richting op: alleen indienen als werkelijk < forfait).

Hetzelfde voorbeeld over 2022, toen dezelfde portefeuille met 60 procent inzakte, had Mark wel een fors lager werkelijk rendement opgeleverd dan het forfait van 5,53 procent — dat is precies het scenario waarvoor OWR is bedoeld.

Wat in het formulier komt

Het OWR-formulier in Mijn Belastingdienst vraagt om vier blokken: bezittingen begin- en eindwaarde, ontvangen inkomsten, kosten van financiering (alleen bepaalde rente aftrekbaar) en een totaaltelling. Voor crypto vul je per asset-categorie de optelsom in, niet per individuele coin. Onderbouwende stukken worden niet meegestuurd, maar de Belastingdienst kan ze opvragen tot vijf jaar na indiening.

Welke bewijsstukken bewaren

  • Volledige transactie-export per exchange (CSV) voor het hele jaar, inclusief deposits en withdrawals
  • Wallet-screenshots of on-chain balansen op 1 januari en 31 december (block explorer-link of portfolio-tracker)
  • Per staking-rewardstroom: datum, hoeveelheid, euro-koers op ontvangstmoment
  • Bij verkopen tussentijds: ontvangen euro-bedrag of stablecoin-equivalent
  • Voor DeFi-posities: protocol-naam, contractadres, begin- en eindwaarde in onderliggende asset en in euro

Tijdlijn en deadlines

Belastingjaar OWR mogelijk? Indiendeadline
2017–2020Ja, mits aanslag nog niet definitief isPer aanslag verschillend
2021–2023Ja31 december 2027
2024Ja31 december 2027
2025Geïntegreerd in reguliere aangifte (in te dienen in 2026)Normale aangiftedeadline
2026Idem — aangifte in 2027Normale aangiftedeadline

Veelgemaakte fouten

Alleen de crypto-portefeuille bekijken. Werkelijk rendement geldt voor het hele Box 3-vermogen. Een zakkende crypto-portefeuille én een goed beursjaar op de aandelen heffen elkaar op.

Ongerealiseerde winst vergeten. Wie Bitcoin héél 2024 alleen vasthield zonder transacties, heeft toch een waardeverandering. Begin- min eindwaarde telt mee — ook als er nooit verkocht is.

Heffingsvrij vermogen toepassen. Bij OWR vervalt de heffingsvrije voet. Wie net boven de voet uitkomt en een rendement onder forfait heeft, kan in OWR juist slechter uitkomen omdat het héél vermogen meetelt.

Staking-rewards twee keer tellen. Rewards zijn rendement op moment van ontvangst. Tellen ze later opnieuw mee in de eindwaarde, dan klopt — maar alleen voor de waardeverandering na ontvangst, niet voor het oorspronkelijke ontvangstmoment.

Wat de Belastingdienst kan checken

Via DAC8 ontvangt de Belastingdienst vanaf 31 januari 2027 jaarlijks transactiegegevens van alle in de EU geregistreerde exchanges. Voor de jaren 2017–2024 zijn die data er nog niet structureel — maar de Belastingdienst kan wel gericht opvragen bij Nederlandse exchanges (Bitvavo, Bitonic) en heeft sinds 2022 informatieverzoeken aan grotere Nederlandse crypto-houders verstuurd. Wie een OWR indient met cijfers die afwijken van wat exchanges intern hebben, kan rekenen op een controle.

Voor wie loont het bijna altijd

Drie scenario’s waarin OWR meestal in je voordeel uitvalt:

  • Crypto-zwaar portfolio in 2022 of 2018 — beide jaren met >60% drawdown, terwijl het forfait toch werd geheven.
  • Spaargeld-zwaar vermogen vóór 2023 — rente onder de 1%, forfait soms boven 4%. Niet crypto-specifiek, maar relevant voor mensen die hun crypto-pot net hebben opgebouwd.
  • Aanzienlijk vastgoed buiten eigen woning in een jaar zonder waardestijging.

En een scenario waarin het meestal niet loont: een 2024-portefeuille die volledig in spot-crypto zat. BTC en ETH stegen dat jaar zo hard dat het werkelijk rendement bijna altijd boven het forfait uitkomt.

Deze gids is informatief en gebaseerd op publieke regelgeving en uitspraken van de Belastingdienst per mei 2026. Voor individuele situaties (grote portefeuilles, complexe DeFi, mining-activiteit, of jaren waarvoor de aanslag al definitief is) kan een gesprek met een fiscalist nuttig zijn.